Richtlijn (EU) 2022/2464, de Richtlijn Duurzaamheidsrapportage voor Ondernemingen, wijzigt vier afzonderlijke instrumenten om grote ondernemingen, genoteerde MKB's en grote niet-EU-groepen met EU-activiteiten te verplichten gestandaardiseerde, dubbele-materialiteitsinformatie over duurzaamheid openbaar te maken, opgesteld volgens verplichte Europese Normen voor Duurzaamheidsrapportage, gecontroleerd door een onafhankelijke assuranceverlener en digitaal gelabeld voor machineleesbare informatie.
Wat de Richtlijn doet, waarom het bestaat en hoe het is opgebouwd
Richtlijn (EU) 2022/2464 van 14 december 2022, de CSRD, wijzigt vier afzonderlijke instrumenten in één wet: Richtlijn 2013/34/EU (de Boekhoudrichtlijn), Richtlijn 2004/109/EG (de Transparantierichtlijn), Richtlijn 2006/43/EG (de Richtlijn Wettelijke Controles), en Verordening (EU) nr. 537/2014 (Controle van Instellingen van Openbaar Belang). Het telt 8 artikelen en loopt tot 66 pagina's van het Publicatieblad (PB L 322, 16.12.2022, blz. 15-80).
Het merendeel van de inhoud bevindt zich in Artikel 1, dat nieuwe artikelen 19a, 29a tot 29d en 40a tot 40d in de Boekhoudrichtlijn invoegt, en artikel 34 over waarborging en artikel 49 over bevoegdheden voor gedelegeerde handelingen wijzigt.
De Richtlijn Niet-financiële Rapportage (NFRD, Richtlijn 2014/95/EU) had slechts ongeveer 11.700 grote instellingen van openbaar belang met meer dan 500 werknemers bestreken, liet het rapportagesamenstel vrijwillig, en stelde geen waarbosingsverplichting. Het gevolg was inconsistente, onvergelijkbare en vaak niet verifieerbare openbaarmakingen van duurzaamheidsinformatie in de Unie.
De CSRD breidt de rapporterende populatie ruwweg vijfvoudig uit, stelt één uniewijd standaard verplicht, stelt een onafhankelijke waarborging verplicht, en vereist dat de informatie digitaal is gelabeld zodat deze op schaal machineleesbaar is.
De CSRD is niet rechtstreeks toepasselijk. Elke lidstaat moest deze tegen 6 juli 2024in nationaal recht omzetten, 18 maanden na inwerkingtreding. De substantiële rapportagerechten zijn dan toepasselijk per onderneming, golfgewijs, volgens boekjaar, niet volgens de omzettingsdatum zelf.
De Richtlijn werd onderhandeld volgens de gewone wetgevingsprocedure, dossier 2021/0104(COD). Het Europees Parlement nam zijn standpunt aan op 10 november 2022 en de Raad nam zijn besluit op 28 november 2022. Deze werd ondertekend in Straatsburg op 14 december 2022 door Roberta Metsola voor het Europees Parlement en Mikuláš Bek voor de Raad, gepubliceerd in PB L 322 op 16 december 2022, en trad in werking op 5 januari 2023, de twintigste dag na publicatie.
De CSRD is de informatiekanaal van een breder EU-kader voor duurzame financiering en verantwoording van ondernemingen. SFDR (Verordening (EU) 2019/2088) bepaalt hoe deelnemers aan financiële markten hun eigen duurzaamheidsaanpak openbaar maken, de Taxonomieverordening (Verordening (EU) 2020/852) classificeert welke economische activiteiten als milieukundig duurzaam tellen, en CSDDD (Richtlijn (EU) 2024/1760) stelt verplichtingen op het gebied van due diligence voor eigen activiteiten, dochterondernemingen en waardeketenpartners. De CSRD is momenteel de enige van deze vier instrumenten met een eigen Brubru-canonverdieping; de anderen zullen hier verschijnen als Brubru's analyse uitbreidt.
De vijf bouwstenen van het rapportagemandaat
De sleutelcijfers uit Richtlijn (EU) 2022/2464
Dubbele materiële relevantie, ESRS, digitaal labelen, waarborging, bereik van derdelanden en sancties
Duurzaamheidsinformatie moet zich bevinden in een apart, herkenbaar onderdeel van het jaarverslag, en moet beide richtingen van materiële relevantie tegelijk dekken: de gevolgen van de onderneming voor duurzaamheidskwesties (impactmaterialiteit), en hoe duurzaamheidskwesties de eigen ontwikkeling, prestaties en positie van de onderneming beïnvloeden (financiële materiële relevantie). Geen perspectief kan voor het ander in de plaats treden; beide zijn wettelijk vereist.
Verplichte inhoudsgebieden omvatten bedrijfsmodel en strategie, inclusief een overgangsplan dat compatibel is met 1,5°C-opwarming en klimaatneutraliteit tegen 2050, met openbaarmaking van kool-, olie- en gasblootstelling; tijdgebonden doelstellingen, inclusief absolute emissiereductiedoelstellingen voor broeikasgas voor 2030 en 2050; governance; duurzaamheidsbeleid; aan duurzaamheid gebonden stimuleringsregelingen; due diligence en voornaamste nadelige gevolgen voor activiteiten, producten en de toeleveringsketen; voornaamste risico's en afhankelijkheden; en de indicatoren die alles van het bovenstaande ondersteunen. Informatie moet vooruitkijkend en terugkijkend zijn, kwalitatief en kwantitatief, en korte-, middellange en langetermijnhorizonnen dekken.
Moederondernemingen van grote groepen moeten geconsolideerde duurzaamheidsrapportage op groepsniveau opstellen. Dochterondernemingen opgenomen in het geconsolideerde verslag van een moeder zijn vrijgesteld van individuele rapportage, onder bepaalde voorwaardigheden voor openbaarmaking met verwijzing naar het moederverslag. Grote genoteerde dochterondernemingen zijn niet vrijgesteld, om redenen van beleggersbescherming.
De Commissie stelt ESRS vast via gedelegeerde handeling, op basis van technisch advies van EFRAG, de Europese Adviesgroep voor Financiële Verslaggeving. De eerste set van 12 algemene ESRS werd op 31 juli 2023 vastgesteld via Gedelegeerde Verordening van de Commissie (EU) 2023/2772: twee overkoepelende normen (ESRS 1 algemene eisen, ESRS 2 algemene openbaarmakingen), vijf milieunormen (klimaatverandering, vervuiling, water- en zeerijkdommen, biodiversiteit en ecosystemen, hulpbronnengebruik en circulaire economie), vier maatschappelijke normen (eigen werknemers, werknemers in de waardeketen, getroffen gemeenschappen, consumenten en eindgebruikers), en één norm voor governance (zakelijk gedrag).
Sectorspecifieke ESRS, oorspronkelijk verschuldigd op 30 juni 2024, werden via Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2023/2775 uitgesteld tot 30 juni 2026. Een evenredige vrijwillige norm voor niet-genoteerde MKB's (VSME) en een verplichte norm voor genoteerde MKB's (LSME) zijn verplicht via Artikel 29c; EFRAG publiceerde haar VSME-concept in december 2024.
Duurzaamheidsinformatie moet worden opgesteld in het enkele elektronisch rapportageformaat onder Gedelegeerde Verordening van de Commissie (EU) 2019/815, en gelabeld tegen een digitale taxonomie die de Commissie via gedelegeerde handeling aanneemt. De labelingverplichting geldt voor boekjaren beginnend op of na 1 januari 2026, een jaar later dan de rapportageverplichting voor golf 1 zelf.
Rapporterende ondernemingen moeten een verzekeringsoordeel over hun duurzaamheidsrapportage verkrijgen. Beperkte zekerheid geldt vanuit golf 1. De Commissie kan standaarden voor beperkte zekerheid voor 1 oktober 2026 en normen voor redelijke zekerheid voor 1 oktober 2028 aannemen, beide via gedelegeerde handeling. Waarborging wordt standaard uitgevoerd door de wettelijke auditor, of door een onafhankelijke verzekeringsdiensten verlener erkend onder Verordening (EG) nr. 765/2008, als een lidstaat de markt wil openstellen. Wanneer de wettelijk auditor de waarborging uitvoert, sluit de plafondregeling voor niet-controleverenigbare diensten in Verordening (EU) nr. 537/2014 duurzaamheidswaarboringwerk uit.
Een derdelandenonderneming met nettoomzet in de Unie boven 150 miljoen euro in elk van de afgelopen twee opeenvolgende boekjaren, en ten minste één EU-dochteronderneming die groot of genoteerd is, of één EU-vestiging met nettoomzet boven 40 miljoen euro, moet een duurzaamheidsrapport voor alleen EU-grondgebied via deze dochteronderneming of vestiging publiceren. Rapportagestandaarden voor deze ondernemingen waren op 30 juni 2024 via gedelegeerde handeling verschuldigd. Deze verplichting geldt voor boekjaren beginnend op of na 1 januari 2028, golf 4.
Wijzigingen van Artikel 51 van de Boekhoudrichtlijn verplichten lidstaten om effectieve, evenredige en afschrikkende sancties vast te stellen voor schendingen van de nationale bepalingen die de CSRD omzetten. De precieze sanctieregimes, en hoe streng zij worden gehandhaafd, verschillen per lidstaat.
Rapportage moet de gehele waardeketen van de onderneming dekken, niet alleen de eigen activiteiten, maar Artikel 19a erkent dat ondernemingen op de eerste dag geen betrouwbare waardeketensgegevens kunnen verkrijgen. Een respijtperiode van 3 jaar stelt een onderneming in staat om uit te leggen waarom waardeketengegevens niet beschikbaar waren, in plaats van deze openbaar te maken, terwijl zij de gegevensverzamelingsprocessen opbouwt die van haar leveranciers en zakenpartners nodig zijn.
Deze respijtperiode wordt vaak verward met de golven uitgesteld via de Stop-the-clock-richtlijn. De twee zijn niet gerelateerd: de respijtperiode voor waardeketens loopt vanaf het eigen eerste rapportagejaar van een onderneming, welke golf ook van toepassing is, terwijl de Stop-the-clock-richtlijn het rapportagejaar zelf voor golven 2 en 3 verschuift.
Vier golven, en twee daarvan uitgesteld met twee jaar via de Omnibus-stop-the-clock
| Golf | Boekjaar begint | Eerste verslag verschuldigd | In-scope-entiteiten | Status |
|---|---|---|---|---|
| Golf 1 | Op of na 1 januari 2024 | 2025 | Grote instellingen van openbaar belang (OBI) met meer dan 500 werknemers, de groep die al rapporteert onder de NFRD | Ongewijzigd |
| Golf 2 | Op of na 1 januari 2027 | 2028 | Alle andere grote ondernemingen die aan 2 van 3 drempels voldoen: >25 miljoen euro balans, >50 miljoen euro nettoomzet, >250 werknemers | Uitgesteld met 2 jaar via Richtlijn (EU) 2025/794 (oorspronkelijk BJ2025 / verslag 2026) |
| Golf 3 | Op of na 1 januari 2028 | 2029 | Genoteerde MKB's (behalve micro), kleine niet-complexe kredietinstellingen, captive (her)verzekeraars, met een optionele uitstelling per lidstaat tot BJ2028 | Uitgesteld met 2 jaar via Richtlijn (EU) 2025/794 (oorspronkelijk BJ2026 / verslag 2027) |
| Golf 4 | Op of na 1 januari 2028 | 2029 | Derdelandenondernemingen met EU-omzet boven 150 miljoen euro, rapporterend via een EU-dochteronderneming of vestiging | Ongewijzigd |
De Stop-the-clock-richtlijn (EU) 2025/794, aangenomen op 14 april 2025 en gepubliceerd als PB L, 2025/794, 16 april 2025, stelt alleen de hierboven genoemde golven 2 en 3 datums uit. Golf 1, die al sinds boekjaar 2024 rapporteert, blijft onaangetast.
Een apart, nog steeds betwist substantieel Omnibus-voorstel (COM(2025) 81 en COM(2025) 82, ingediend op 26 februari 2025) zou de drempel voor grote ondernemingen van 250 werknemers verhogen naar 1.000, wat het aantal in-scope-bedrijven ruwweg met 80 procent zou verminderen tot ongeveer 7.000 ondernemingen, zou de ESRS vereenvoudigen, zou sectorspecifieke ESRS vrijwillig maken, en zou het gegeven dat grote ondernemingen van MKB-leveranciers kunnen aanvragen beperken. Deze wijzigingen zijn nog niet wetgeving en blijven onder onderhandeling van de medewetgevers sinds medio 2026.
Wat veranderde toen de Richtlijn Duurzaamheidsrapportage voor Ondernemingen de Richtlijn Niet-financiële Rapportage verving
| Kenmerk | CSRD, Richtlijn (EU) 2022/2464 | NFRD, Richtlijn 2014/95/EU |
|---|---|---|
| Ondernemingen in scope | Ongeveer 50.000, zoals oorspronkelijk ontworpen: grote ondernemingen, genoteerde MKB's en kwalificerende derdelandenondernemingen | Ongeveer 11.700, alleen grote instellingen van openbaar belang met meer dan 500 werknemers |
| Rapportagestandaard | Verplichte ESRS, aangenomen door de Commissie op basis van technisch advies van EFRAG | Geen verplicht kader; ondernemingen konden hun eigen kiezen, of geen |
| Materiële relevantie | Dubbele materiële relevantie codificeerd expliciet in de werktekst (Artikel 19a) | Materiële relevantie genoemd maar niet gedefinieerd als dubbele, verplichte test |
| Waarborging | Verplicht, beperkte zekerheid vanuit golf 1, met een traject naar redelijke zekerheid | Geen waarboringsverplichting |
| Digitaal formaat | Verplicht digitaal labelen in ESEF vanaf boekjaren beginnend op 1 januari 2026 | Geen verplichting voor digitaal labelen |
| Waardeketen | Expliciet waardeketenrapportage, met een respijtperiode van 3 jaar voor niet beschikbare informatie | Geen expliciete waardeketenrapportageverplichting |
Procedure 2021/0104(COD), gewone wetgevingsprocedure. Gesloten dossier: CSRD is aangenomen, van kracht en onder uitvoering; het substantiële Omnibus is een apart, nog steeds open dossier
De CSRD staat niet alleen. Buiten de vier instrumenten die zij direct wijzigt, bereikt de werktekst en haar gedelegeerde handelingen een breder set EU-wetgeving:
Een deadline die op 6 juli 2024 is verstreken, en die verschillende lidstaten hebben gemist
De CSRD is niet rechtstreeks toepasselijk: elke lidstaat moest het tegen 6 juli 2024in nationaal recht omzetten. Deze deadline is verstreken. Enkele lidstaten, waaronder België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Spanje, Ierland, Denemarken, Zweden, Finland, Polen en Tsjechië, hebben nationale omzettingsmaatregelen aangemeld, met verschillende vertragingen tegen de deadline. Anderen hadden wel tot diep in 2025 geen omzettingsmaatregel aangemeld, en de Commissie startte schendingsprocedures tegen meerdere lidstaten voor late omzetting in 2025 en in 2026. De kaart hieronder toont alle 27 lidstaten; de gezaghebbende, voortdurend bijgewerkte lijst van nationale omzettingsmaatregelen zoals deze zijn aangemeld vindt u op EUR-Lex (Nationale omzettingsmaatregelen).
Klik op een lidstaat-markering voor haar status tegen de deadline van 6 juli 2024. Status getoond weerspiegelt Brubru's dataset gecontroleerd augustus 2026; het is geen vervanging voor de live EUR-Lex-pagina Nationale Uitvoeringsmaatregelen, die de exacte aanmeldingsdatum voor elke lidstaat die is omgezet bevat.
Load-dragende termen zoals gebruikt in Richtlijn (EU) 2022/2464
Primaire bronnen voor Richtlijn (EU) 2022/2464
Volledige tekst van Richtlijn (EU) 2022/2464 van 14 december 2022, wijzigend vier instrumenten met betrekking tot duurzaamheidsrapportage voor ondernemingen:
https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2022/2464/oj/eng
CELEX-nummer: 32022L2464 | PB-referentie: PB L 322, 16.12.2022, blz. 15
De volledige wetgevingsgeschiedenis van procedure 2021/0104(COD), tracerend elke lezing en trialogestap:
https://oeil.secure.europarl.europa.eu/oeil/en/procedure-file?reference=2021/0104(COD)
De Gedelegeerde Verordening van de Commissie waarin de eerste 12 Europese Normen voor Duurzaamheidsrapportage worden vastgesteld:
De Richtlijn die golven 2 en 3 met twee jaar uitstelt, onderdeel van het Omnibus I-duurzaamheidsvereenvoudigingspakket:
EFRAG's technisch werkprogramma op ESRS-interoperabiliteit, MKB-normen en sectorspecifieke normen:
https://www.efrag.org/en/projects/sustainability-reporting-standards-interoperability
DG FISMA's overzichtspagina voor beleid voor duurzaamheidsrapportage van ondernemingen, begeleiding en het Omnibus-vereenvoudigingstraject:
Zes hulpmiddelen om duurzaamheidsrapportage-verplichtingen te analyseren, volgen en mee te werken
14 dagen gratis proefperiode. Geen kaart nodig.
Start gratis proefperiode