Brubru
EU-beleidsinformatie
Start gratis proefperiode
EU Canon / Consumentenbescherming & Productetikettering

Etikettering van textielvezels: de gecontroleerde terminologie achter elk kledinglabel

Verordening (EU) nr. 1007/2011 is de reden waarom het etiket van een trui overal in de eengemaakte EU-markt in dezelfde gecontroleerde terminologie "80 procent wol, 20 procent polyamide" vermeldt. De verordening is aangenomen in 2011 en van toepassing sinds 8 mei 2012, en harmoniseert welke benamingen van textielvezels mogen worden gebruikt en maakt etikettering van de vezelsamenstelling verplicht, duurzaam, leesbaar en toegankelijk. Zij is geen wetgevingshandeling inzake het digitaal productpaspoort, maar de regels voor benaming en samenstelling vormen de basis waarop de nieuwere EU-wetgeving voor de circulaire economie van textiel nu voortbouwt.

CELEX 32011R1007 · PB L 272 van 18.10.2011 Aangenomen op 27 september 2011 Van toepassing vanaf 8 mei 2012 Art. 114 TFEU
Close-up van geweven textielstof, ter illustratie van de vezelsamenstelling die elk textielproduct dat op de EU-markt wordt gebracht, op grond van Verordening (EU) nr. 1007/2011 op het etiket moet vermelden
Foto: Atlantic Ambience via Pexels | Alleen de in bijlage I genoemde vezelbenamingen mogen worden gebruikt op het etiket van een textielproduct, waar dan ook in de EU
28
artikelen
Van onderwerp en toepassingsgebied tot markttoezicht, intrekking en inwerkingtreding
4
hoofdstukken
Algemene bepalingen, benamingen van textielvezels & etikettering, markttoezicht, slotbepalingen
10
Bijlagen, I tot en met X
Vezelbenamingen, vereisten voor het technisch dossier, productvrijstellingen, analysemethoden, concordantietabellen
8 mei 2012
datum van toepassing
De drie voorgaande richtlijnen werden op dezelfde dag ingetrokken; een overgangsperiode maakte het mogelijk conforme voorraad tot 9 november 2014 te verkopen

Overzicht

Wat de Textieletiketteringsverordening inhoudt, waarom zij drie richtlijnen heeft vervangen, en hoe zij is opgebouwd

Eén verordening in de plaats van drie richtlijnen

Vóór 2011 werden de benamingen van textielvezels en de etikettering van de samenstelling geregeld door drie afzonderlijke instrumenten: Richtlijn 73/44/EEG van de Raad betreffende ternaire vezelmengsels, Richtlijn 96/73/EG betreffende binaire mengsels, en Richtlijn 2008/121/EG betreffende textielbenamingen, elk herhaaldelijk gewijzigd. Omdat de regels zeer technisch zijn en regelmatig moeten worden bijgewerkt, verving de wetgever de drie richtlijnen door één enkele verordening, waardoor niet langer elke lidstaat elke technische wijziging afzonderlijk hoefde om te zetten en nieuwe vezelbenamingen tegelijkertijd in de hele Unie konden gaan gelden.

Een verordening op grond van artikel 114 TFEU, gewone wetgevingsprocedure

Verordening (EU) nr. 1007/2011 is gezamenlijk vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure, met als rechtsgrondslag artikel 114 TFEU, het artikel over harmonisatie van de interne markt. Gedaan te Straatsburg op 27 september 2011, ondertekend door voorzitter van het Europees Parlement J. Buzek en voorzitter van de Raad M. Dowgielewicz, en bekendgemaakt in PB L 272 van 18 oktober 2011. Als verordening is zij verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat, zonder dat nationale omzetting vereist is.

Drie data met elk een andere functie

Inwerkingtreding: de twintigste dag na de bekendmaking van 18 oktober 2011, dat wil zeggen 7 november 2011 (artikel 28). Toepassing: de verordening is van toepassing, en de drie voorgaande richtlijnen werden ingetrokken, vanaf 8 mei 2012 (artikelen 27 en 28). Overgangsregeling voor voorraadverkoop: textielproducten die voldeden aan de oude Richtlijn 2008/121/EG en die vóór 8 mei 2012 al op de markt waren gebracht, mochten verder op de markt worden aangeboden tot 9 november 2014 (artikel 26), zodat winkels niet verplicht waren conforme voorraad met het oude etiket van de ene op de andere dag uit de schappen te halen.

De basis voor benaming en samenstelling, geen wetgevingshandeling inzake het digitaal productpaspoort

Deze verordening dateert van ruim tien jaar vóór de EU-wetgeving inzake het digitaal productpaspoort en schept op zich geen enkele verplichting inzake het digitaal productpaspoort. Haar relevantie voor dat nieuwere regime is dat zij de gecontroleerde terminologie vastlegt, de vezelbenamingen in bijlage I, en de regels voor etikettering van de samenstelling waarop elk gegevensveld over vezelsamenstelling van een digitaal productpaspoort voor textiel moet voortbouwen. Zij vroeg de Commissie in 2011 ook al om elektronische etikettering te onderzoeken, een thema dat hieronder opnieuw aan bod komt.

Wat deze verordening regelt: vier hoofdstukken

28 artikelen, ingedeeld in Algemene bepalingen, Benamingen van textielvezels & etikettering, Markttoezicht en Slotbepalingen

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen (artikelen 1 tot en met 4)

Legt het onderwerp vast (artikel 1): regels voor benamingen van textielvezels, etikettering en merking van de vezelsamenstelling, etikettering van niet-textiele delen van dierlijke oorsprong, en de kwantitatieve analysemethoden voor het bepalen van de vezelsamenstelling. Het toepassingsgebied (artikel 2) omvat textielproducten die op de markt van de Unie worden aangeboden, en strekt zich uit tot producten met ten minste 80 procent textielvezels naar gewicht, zoals bekleding van meubelen, paraplu's en matrassen, boven vastgestelde drempels. Twee beperkte vrijstellingen gelden: producten die worden uitbesteed aan thuiswerkers of onafhankelijke bedrijven zonder eigendomsoverdracht onder bezwarende titel, en op maat gemaakte producten die door zelfstandige kleermakers voor consumenten worden vervaardigd. Artikel 3 definieert de kernbegrippen (textielproduct, textielvezel, etikettering, merking, gecombineerde etikettering, conventioneel toeslagpercentage, en meer). Artikel 4 stelt de algemene regel: een textielproduct mag alleen op de markt worden aangeboden indien het is voorzien van een etiket of merkteken, of vergezeld gaat van handelsdocumenten die aan de verordening voldoen.

Hoofdstuk 2: Benamingen van textielvezels en daarmee samenhangende etiketterings- en merkingsvoorschriften (artikelen 5 tot en met 17)

De operationele kern van de verordening. Zij legt vast welke vezelbenamingen mogen worden gebruikt (artikel 5), de procedure voor het toevoegen van een nieuwe benaming (artikel 6), de regels voor "100 procent", "zuiver" en "geheel" (artikel 7), vlies en scheerwol (artikel 8), producten met meerdere vezels en de regel van aflopende volgorde bij de samenstelling (artikel 9), decoratieve en antistatische vezels (artikel 10), producten met meerdere componenten (artikel 11), niet-textiele delen van dierlijke oorsprong (artikel 12), de specifiek in bijlage IV genoemde producten (artikel 13), de duurzaamheid en leesbaarheid van etiketten en merktekens (artikel 14), wie het etiket moet leveren (artikel 15), de taal en het commerciële gebruik van vezelbenamingen (artikel 16), en de afwijkingen voor gecombineerde etikettering, producten die per meter worden verkocht, en de vrijstellingslijsten van bijlage V en VI (artikel 17).

Hoofdstuk 3: Markttoezicht (artikelen 18 tot en met 20)

Artikel 18 belast de nationale markttoezichtautoriteiten met de controle of de werkelijke vezelsamenstelling van een textielproduct overeenstemt met wat op het etiket of merkteken is vermeld, op grond van Verordening (EG) nr. 765/2008 en Richtlijn 2001/95/EG betreffende algemene productveiligheid. Artikel 19 stelt de uniforme methoden vast, in bijlage VIII of de geharmoniseerde normen die deze vervangen, die laboratoria moeten gebruiken om de vezelsamenstelling te bepalen. Artikel 20 legt de toleranties vast die gelden bij het vergelijken van de op het etiket vermelde samenstelling met een analyseresultaat.

Hoofdstuk 4: Slotbepalingen (artikelen 21 tot en met 28)

De artikelen 21 en 22 verlenen de Commissie de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen om gelijke tred te houden met de technische vooruitgang en om nieuwe benamingen van textielvezels toe te voegen. Artikel 23 verplichtte de Commissie tot een verslag, uiterlijk 8 november 2014, over nieuwe verzoeken om vezelbenamingen. Artikel 24 verplichtte, uiterlijk 30 september 2013, tot een toekomstgerichte evaluatie van mogelijke nieuwe etiketteringsvoorschriften, en artikel 25 tot een studie over gevaarlijke stoffen en allergische reacties tegen dezelfde datum, beide hieronder volledig behandeld. Artikel 26 stelt de overgangsperiode voor voorraadverkoop vast, artikel 27 trekt de drie voorgaande richtlijnen in, en artikel 28 legt de inwerkingtreding en de toepassing vast.

Vezelbenamingen en het etiket

De gecontroleerde terminologie in bijlage I, en de regels die etikettering van de samenstelling verplicht stellen

Alleen de in bijlage I genoemde benamingen

Artikel 5 beperkt de etiketten en merktekens over de vezelsamenstelling tot de in bijlage I vastgestelde benamingen van textielvezels, en dit alleen voor vezels waarvan de aard daadwerkelijk overeenstemt met de beschrijving in die bijlage; een vermelde benaming mag niet, op zichzelf, als stam, of als bijvoeglijk naamwoord, worden gebruikt voor een andere vezel. Artikel 6 staat een fabrikant, of eenieder die namens een fabrikant optreedt, toe om bij de Commissie een verzoek in te dienen om een nieuwe vezelbenaming aan bijlage I toe te voegen, gestaafd door een technisch dossier dat voldoet aan de minimumvereisten van bijlage II, met inbegrip van beschikbare wetenschappelijke informatie over mogelijke allergische reacties of andere schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid.

Verplicht, duurzaam, leesbaar, zichtbaar, toegankelijk

Artikel 4 stelt etikettering van de vezelsamenstelling verplicht telkens wanneer een textielproduct op de markt wordt aangeboden. Artikel 14 vereist dat etikettering en merking duurzaam, goed leesbaar, zichtbaar en toegankelijk zijn en, wanneer een etiket wordt gebruikt, stevig bevestigd. Etiketten of merktekens mogen alleen in bepaalde business-to-businesssituaties of situaties van overheidsopdrachten in de toeleveringsketen worden vervangen of aangevuld door begeleidende handelsdocumenten, nooit voor een product dat de eindconsument bereikt.

"100 procent", "zuiver" of "geheel"

Artikel 7 behoudt deze termen voor textielproducten die uitsluitend uit dezelfde vezel bestaan. Een beperkte tolerantie blijft gelden: tot 2 procent vreemde vezels naar gewicht, of 5 procent voor een product dat een kaardproces heeft ondergaan, mag nog steeds als uitsluitend uit één vezel bestaand worden geëtiketteerd, maar alleen wanneer die hoeveelheid technisch onvermijdelijk is bij goede fabricagepraktijken en niet stelselmatig wordt toegevoegd.

Producten met meerdere vezels: volledige samenstelling, aflopende volgorde

Artikel 9 vereist de benaming en het gewichtspercentage van elke samenstellende vezel, vermeld in aflopende volgorde. Een vezel die tot 5 procent van het totale gewicht uitmaakt, of verschillende vezels die samen tot 15 procent uitmaken, mogen worden samengevoegd onder "overige vezels" wanneer zij op het tijdstip van vervaardiging niet gemakkelijk afzonderlijk kunnen worden vermeld. Wanneer de samenstelling op het tijdstip van vervaardiging daadwerkelijk moeilijk is vast te stellen, mag in plaats daarvan "gemengde vezels" of "niet-gespecificeerde textielsamenstelling" worden gebruikt.

Niet-textiele delen van dierlijke oorsprong (artikel 12)

Elk textielproduct dat niet-textiele delen van dierlijke oorsprong bevat, moet de vermelding "Bevat niet-textiele delen van dierlijke oorsprong" dragen op de etikettering of merking, telkens wanneer het op de markt wordt aangeboden. De etikettering mag niet misleidend zijn en moet zodanig worden gepresenteerd dat een consument ze gemakkelijk kan begrijpen, zodat kopers een geïnformeerde keuze kunnen maken over bijvoorbeeld leren afwerking, bont of botten die aan een overigens textiel product zijn bevestigd.

In de taal van de lidstaat

Artikel 16, lid 3, vereist dat etikettering of merking wordt verstrekt in de officiële taal, of talen, van de lidstaat op het grondgebied waarvan het product aan de consument wordt aangeboden, tenzij die lidstaat anders bepaalt. Voor klosjes, spoelen, strengen en andere kleine hoeveelheden naai-, stop- en borduurgaren geldt een bijzondere regel: afzonderlijk verkochte eenheden mogen om het even welke officiële institutionele taal van de EU gebruiken, mits ook een gecombineerd etiket in de vereiste nationale taal aanwezig is.

Wie verantwoordelijk is, en wat is vrijgesteld

De marktdeelnemer die het product op de markt brengt, draagt de verplichting; een beperkt aantal situaties valt hierbuiten

De fabrikant levert het etiket, de importeur neemt deze rol over indien er geen fabrikant in de Unie is

Artikel 15, lid 1, legt de verplichting om het etiket of merkteken te leveren, en de juistheid van de daarin vermelde informatie te waarborgen, bij de fabrikant wanneer een textielproduct op de markt wordt gebracht. Wanneer de fabrikant niet in de Unie is gevestigd, rust die verplichting in plaats daarvan op de importeur.

Verplichtingen van de distributeur

Artikel 15, lid 2, behandelt een distributeur voor de toepassing van de verordening als een fabrikant wanneer deze een product onder zijn eigen naam of merk op de markt brengt, zelf het etiket aanbrengt, of de inhoud van het etiket wijzigt. Voor het overige vereist artikel 15, lid 3, nog steeds dat de distributeur, wanneer hij een product aanbiedt, ervoor zorgt dat het is voorzien van de passende etikettering of merking, en artikel 15, lid 4, vereist dat elke marktdeelnemer in de keten ervoor zorgt dat andere informatie niet kan worden verward met de door de verordening vastgestelde vezelbenamingen en samenstellingsbeschrijvingen.

Vrijstellingen: thuiswerkers en zelfstandige kleermakers

Artikel 2, leden 3 en 4, stelt twee beperkte situaties vrij van de gehele verordening: textielproducten die worden uitbesteed aan personen die in hun eigen woning werken, of aan onafhankelijke bedrijven die werken met materialen die hun zonder eigendomsoverdracht onder bezwarende titel worden verstrekt, en op maat gemaakte textielproducten die door zelfstandige kleermakers voor hun klanten worden vervaardigd. Deze vrijstellingen gelden alleen voor de specifiek beschreven transacties, niet voor enige verdere verkoop van het afgewerkte product.

Categorieën voor gecombineerde en globale etikettering (bijlagen V en VI)

Artikel 17 noemt nog drie afwijkingen. Producten in bijlage V, doorgaans wegwerpartikelen of eenmalig te gebruiken artikelen, hoeven helemaal geen vezelbenaming te vermelden, tenzij een merk of bedrijfsnaam een beschermde vezelterm bevat, in welk geval de gewone regels opnieuw van toepassing zijn. Producten in bijlage VI die hetzelfde type en dezelfde vezelsamenstelling delen, mogen samen worden verkocht onder één enkel gecombineerd etiket. En textielproducten die per meter worden verkocht, mogen hun samenstelling vermelden op de lengte of de rol in plaats van op elk afzonderlijk stuk, mits elke koper in de toeleveringsketen, met inbegrip van de eindconsument, de samenstelling nog kan achterhalen.

Testen en toleranties

Hoe de vezelsamenstelling wordt geverifieerd, en de toleranties die de etiketteringsregels in de praktijk werkbaar houden

Toleranties voor vreemde vezels (artikel 20)

Vreemde vezels, dat wil zeggen vezels die niet op het etiket zijn vermeld, hoeven niet te worden opgegeven tot 2 procent van het totale gewicht, of 5 procent voor producten die een kaardproces hebben ondergaan, mits de hoeveelheid technisch onvermijdelijk is bij goede fabricagepraktijken en niet stelselmatig wordt toegevoegd. Daarnaast geldt een fabricagetolerantie van 3 procent tussen de opgegeven samenstelling en de bij analyse verkregen percentages. De twee toleranties mogen alleen cumulatief worden toegepast wanneer de bij analyse aangetroffen vreemde vezels van hetzelfde chemische type zijn als een vezel die al op het etiket is vermeld. Voor fabricageprocessen die daadwerkelijk hogere toleranties vereisen, kan de Commissie deze bij gedelegeerde handeling toestaan, na een met redenen omkleed verzoek van een fabrikant, ingediend voordat het product op de markt wordt gebracht.

Conventionele toeslagpercentages (bijlagen VII tot en met IX)

Bij het bepalen van het vezelgehalte door middel van analyse wordt een "conventioneel toeslagpercentage", een vastgestelde waarde voor het vochtgehalte met conventionele correctiefactoren, toegepast op de watervrije massa van elke vezel, na aftrek van de in bijlage VII genoemde bestanddelen die van de berekening zijn uitgesloten. Bijlage IX stelt twee verschillende conventionele toeslagpercentages vast voor gekaarde of gekamde vezelmengsels die wol of dierenhaar bevatten; wanneer een laboratorium niet kan vaststellen of een product gekaard of gekamd is, mag het in twijfelgevallen één enkel toeslagpercentage toepassen, om inconsistente resultaten tussen controles in de hele Unie te vermijden.

Overgang naar geharmoniseerde normen

Artikel 19, lid 1, vereist dat laboratoria die textielmengsels testen, de uniforme analysemethoden van bijlage VIII gebruiken, of de geharmoniseerde normen die zijn ingevoerd om deze te vervangen. De verordening belast de Commissie met het beheer van die overgang, van de gedetailleerde methoden die rechtstreeks in de verordening zijn opgenomen naar een systeem gebaseerd op geharmoniseerde normen, om de wettekst te vereenvoudigen en de methoden actueel te houden met de technische vooruitgang, en toch consistente testresultaten in de hele interne markt te waarborgen.

Kader voor markttoezicht (artikel 18)

Controles of de werkelijke vezelsamenstelling van een textielproduct overeenstemt met de op het etiket vermelde samenstelling, worden uitgevoerd binnen het algemene EU-kader voor markttoezicht, Verordening (EG) nr. 765/2008 betreffende accreditatie en markttoezicht, en Richtlijn 2001/95/EG betreffende algemene productveiligheid. Deze verordening voorziet niet in een eigen afzonderlijk handhavings- of sanctieregime; zij steunt op die bestaande architectuur voor markttoezicht, waarbij de lidstaten verantwoordelijk zijn voor controles en gevolgen op nationaal niveau.

De wet van 2011 die vooruitkeek

De toekomstgerichte evaluatie van artikel 24 noemde al elektronische etikettering en taalonafhankelijke vezelsymbolen

Artikel 24: de evaluatie die de Commissie uiterlijk 30 september 2013 verschuldigd was

Artikel 24 verplichtte de Commissie om uiterlijk 30 september 2013 verslag uit te brengen aan het Europees Parlement en de Raad over mogelijke nieuwe etiketteringsvoorschriften om consumenten nauwkeurige, relevante, begrijpelijke en vergelijkbare informatie over textielproducten te verstrekken. Op basis van raadpleging van belanghebbenden en bestaande Europese en internationale normen moest het verslag onder meer de volgende kwesties onderzoeken: een regeling voor oorsprongsetikettering met volledige traceerbaarheid; een geharmoniseerd systeem voor onderhoudsetikettering; een Unie-breed uniform systeem voor maatetikettering; een vermelding van allergene stoffen; en, uitdrukkelijk, elektronische etikettering en andere nieuwe technologieën, en het gebruik van taalonafhankelijke symbolen of codes voor de identificatie van vezels.

Artikel 25: de studie over gevaarlijke stoffen

Artikel 25 verplichtte de Commissie afzonderlijk om eveneens uiterlijk 30 september 2013 een studie uit te voeren waarin wordt beoordeeld of er een oorzakelijk verband bestaat tussen allergische reacties en chemische stoffen of mengsels die in textielproducten worden gebruikt, en om, waar passend, wetgevingsvoorstellen binnen de bestaande wetgeving van de Unie in te dienen.

Een idee uit 2011, een verplichting uit de jaren 2020

De oproep in artikel 24, lid 3, onder e), voor elektronische etikettering en taalonafhankelijke symbolen of codes om vezels te identificeren, komt inhoudelijk overeen met de richting die de ecodesignvereisten en het digitaal productpaspoort van de ESPR nu voor textiel inslaan: een machineleesbare, via QR-code toegankelijke registratie van de samenstelling en kenmerken van een product. Deze verordening schiep zelf geen dergelijke verplichting, en blijft, veertien jaar later, een etiketteringswet in plaats van een wetgevingshandeling inzake het digitaal productpaspoort. Maar de gecontroleerde terminologie die zij in bijlage I vastlegde, en de daarop gebouwde samenstellingsregels, zijn precies waarnaar elk toekomstig DPP-gegevensveld voor vezelsamenstelling in textiel zal moeten verwijzen.

Waar zij past

De basis voor benaming en samenstelling onder de nieuwere EU-regels voor de circulaire economie van textiel

Een fundamentlaag, geen onderdeel van de DPP-architectuur

Verordening (EU) nr. 1007/2011 behoort niet tot de 13 handelingen die Brubru volgt in de wetgevingsarchitectuur van het EU digitaal productpaspoort. Zij bevindt zich daaronder, als de reeds bestaande wet die al had gestandaardiseerd hoe de vezelsamenstelling van een textielproduct wordt benoemd en vermeld, werk dat de nieuwere, op duurzaamheid gerichte instrumenten niet hoefden over te doen.

Onder de textielwijziging van de Kaderrichtlijn afvalstoffen

De textielwijziging van de Kaderrichtlijn afvalstoffen, Richtlijn (EU) 2025/1892, breidt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid uit tot textiel en is voor het effectief sorteren, hergebruiken en recyclen van producten afhankelijk van nauwkeurige, gestandaardiseerde samenstellingsgegevens; die samenstellingsgegevens zijn precies wat Verordening 1007/2011 fabrikanten al verplicht te vermelden en juist te houden.

Onder de ESPR en het digitaal productpaspoort voor textiel

De ESPR, Verordening (EU) 2024/1781, stelt het kader vast voor productspecifieke ecodesignvereisten en digitale productpaspoorten, ook voor textiel zodra de relevante gedelegeerde handelingen zijn vastgesteld. Elk DPP voor textiel zal een gegevensveld voor vezelsamenstelling nodig hebben, en dat veld zal steunen op de terminologie van bijlage I die deze verordening al in 2011 heeft vastgelegd.

Een terminologieprobleem eenmaal opgelost, meer dan tien jaar hergebruikt

Welke nieuwe verplichting voor de circulaire economie van textiel de EU ook nog toevoegt, of het nu gaat om uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, een vernietigingsverbod, of een digitaal productpaspoort, er is een gemeenschappelijk, afdwingbaar antwoord nodig op een fundamentele vraag: waarvan is dit kledingstuk eigenlijk gemaakt. Verordening (EU) nr. 1007/2011 gaf dat antwoord EU-breed in 2011, en elke nieuwere textielwet erft dat antwoord in plaats van het opnieuw af te leiden.

Verklarende woordenlijst

Kernbegrippen zoals gebruikt in Verordening (EU) nr. 1007/2011

Textielvezel
Artikel 3, lid 1, onder b): een eenheid materie die wordt gekenmerkt door buigzaamheid, fijnheid en een hoge verhouding tussen lengte en dwarsdoorsnede, geschikt voor textieltoepassingen, of een buigzame strook of buis met een schijnbare breedte tot 5 mm, vervaardigd uit vermelde stoffen.
Textielproduct
Artikel 3, lid 1, onder a): elk ruw, halfbewerkt, bewerkt, halffabricaat, vervaardigd, halfgeconfectioneerd of geconfectioneerd product dat uitsluitend uit textielvezels bestaat, ongeacht het meng- of assemblageproces.
Vreemde vezels
Artikel 3, lid 1, onder e): vezels die niet op het etiket of merkteken zijn vermeld, onder voorbehoud van de toleranties van artikel 20.
Etikettering en merking
Artikel 3, lid 1, onder g) en h): etikettering betekent het aanbrengen van een etiket; merking betekent het rechtstreeks op het product aanbrengen van de vereiste informatie, door naaien, borduren, drukken, reliëfdrukken of een andere aanbrengingstechniek.
Gecombineerde etikettering
Artikel 3, lid 1, onder i): het gebruik van één enkel etiket voor verschillende textielproducten of onderdelen, toegestaan voor de categorieën van bijlage VI op grond van artikel 17, lid 3.
Conventioneel toeslagpercentage
Artikel 3, lid 1, onder k): de waarde voor het vochtgehalte, met conventionele correctiefactoren, gebruikt om het percentage vezelbestanddelen te berekenen op basis van een schone, droge massa wanneer de samenstelling door analyse wordt bepaald.

Officiële bronnen

Primaire bronnen voor Verordening (EU) nr. 1007/2011

EUR-Lex: de Textieletiketteringsverordening

Volledige tekst van Verordening (EU) nr. 1007/2011 van 27 september 2011, 28 artikelen en bijlagen I tot en met X:

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32011R1007

CELEX-nummer: 32011R1007 | PB-referentie: PB L 272 van 18.10.2011, blz. 1 | ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/1007/oj

EUR-Lex: de ESPR

Verordening (EU) 2024/1781, de verordening inzake ecodesign voor duurzame producten, de kaderhandeling achter het toekomstige digitaal productpaspoort, ook voor textiel:

https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1781/oj/eng

EUR-Lex: de textielwijziging van de Kaderrichtlijn afvalstoffen

Richtlijn (EU) 2025/1892, die de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid uitbreidt tot textiel, en die steunt op de samenstellingsgegevens die deze verordening al standaardiseert:

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32025L1892

EUR-Lex: het kader voor markttoezicht

Verordening (EG) nr. 765/2008 betreffende accreditatie en markttoezicht, en Richtlijn 2001/95/EG betreffende algemene productveiligheid, het kader waarop artikel 18 van deze verordening steunt voor de handhaving:

http://data.europa.eu/eli/reg/2008/765/oj


Verken de etikettering van textielvezels met Brubru

Zes hulpmiddelen om deze verordening en het bredere EU-regime voor de circulaire economie van textiel te analyseren, te volgen en ermee te werken

Brubru Chat
Vraag precies welke vezelbenamingen bijlage I toestaat, wanneer "100 procent" mag worden gebruikt, of wat de etiketteringsvermelding voor dierlijke oorsprong vereist. Antwoorden gebaseerd op officiële bronnen.
Open Chat
EU Law Comply
Voer een analyse van compliancetekortkomingen uit voor uw textieletikettering, en controleer of uw vermeldingen en documentatie over de vezelsamenstelling al aan de vereisten van de verordening voldoen.
Open EU Law Comply
Brubru Databases
Doorzoek in één keer de CELEX-kaart en de deep-dive-kaart voor deze verordening, samen met de ESPR, de textielwijziging van de Kaderrichtlijn afvalstoffen, en de bredere DPP-handelingen voor textiel.
Open Databases
Amendator & Position Analysis
Laad Verordening (EU) nr. 1007/2011 in de Amendator om met de officiële EUR-Lex-tekst te werken, of volg de standpunten van belanghebbenden over de hervorming van de textieletikettering.
Open Amendator
Regulatory Scan
Doorzoek het juridisch corpus van Brubru voor elke aangenomen wet die relevant is voor textielproducten, en zie hoe de regels voor vezelbenamingen, afvalregels en productveiligheidsregels op elkaar aansluiten.
Voer een scan uit
Sitemap Search
Vind elke pagina, gids en API-eindpunt van Brubru die verwijst naar benamingen van textielvezels, etikettering van de samenstelling, of het bredere regime voor de circulaire economie van textiel, over het hele platform.
Doorzoek de Canon

Krijg toegang tot het volledige Brubru-platform

14 dagen gratis proefperiode. Geen kaart nodig.

Start gratis proefperiode