Verordening (EG) nr. 726/2004 richtte het Europees Geneesmiddelenbureau op en de gecentraliseerde procedure voor goedkeuring van geneesmiddelen: een aanvraag, een Commissiebesluit, een goedkeuring geldig in de hele EER voor elk innovatief geneesmiddel.
De institutionele ruggengraat van EU-geneesmiddelenregeling sinds 2005
Vóór Verordening (EG) nr. 726/2004 van kracht werd, was het Europees Bureau voor de Evaluatie van Geneesmiddelen (EMEA) gevestigd onder Verordening (EEG) nr. 2309/93. De verordening van 2004 hief dat eerdere instrument op (Art 88), hernoemde het Bureau in Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) (overweging 2), en herstructureerde fundamenteel het juridische kader voor de goedkeuring van geneesmiddelen in de EU en de EER.
De centrale innovatie van 726/2004 is de gecentraliseerde procedure voor goedkeuring van geneesmiddelen: een enkele aanvraag ingediend bij de EMA, een enkel wetenschappelijk advies van de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP), en een enkel Commissiebesluit tot goedkeuring dat tegelijk geldig is in alle lidstaten (Art 13). Vóór het bestaan van de gecentraliseerde procedure moest een farmaceutisch bedrijf dat EU-brede markttoegangzocht, afzonderlijke nationale aanvragen indienen, per land. De verordening beëindigt die versnippering voor de producten in haar werkingssfeer.
De verordening belemmert de bevoegdheden van de lidstaten over prijsstelling, vergoeding of hoe geneesmiddelen in hun gezondheidsstelsels worden verstrekt niet (Art 1, tweede alinea). Goedkeuring is een noodzakelijke voorwaarde voor markttoegangen, maar nationale toetsingslaboratoria voor gezondheid behouden de controle over of en hoe een product wordt vergoed.
De verordening steunt op twee EGV-grondslagen (thans genummerd als TFEU-artikelen na het Verdrag van Lissabon):
De medebeslissingsprocedure onder Art 251 EGV gold, met EP-voorzitter Pat Cox en Iers Voorzittingsminister Micheal Martin als ondertekenaar (31 maart 2004, Straatsburg).
De verordening werd in PB L 136 op 30 april 2004 gepubliceerd. Deze datum trad het in werking. Titels I tot en met V waren van toepassing vanaf 20 november 2005. De EMA zoals opnieuw vormgegeven onder deze verordening nam op dezelfde datum haar nieuwe naam en governance-structuur aan.
Gewijzigd is de verordening meermaals aangepast: meest aanzienlijk door het farmacovigilantie-pakket van 2010 (Verord (EU) 1235/2010 + Richtl 2010/84/EU), die de Commissie voor beoordeling van farmacovigilantirisico's (PRAC) en de EudraVigilance-verplichtingen creëerde; door Verord (EU) 2019/5 (de omnibusverordening); en door Verord (EU) 2022/123, die het mandaat van de EMA inzake geneesmiddeltekorten versterkte en de Stuurgroep Geneesmiddeltekorten (MSSG) en de Noodmaatregelen-Task Force (ETF) toevoegde.
Producten die alleen via de gecentraliseerde procedure op de EU-markt mogen worden gebracht (Art 3)
Buiten de verplichte Bijlage kunnen aanvragers de gecentraliseerde procedure op optionele basis gebruiken voor: (a) geneesmiddelen met een actieve stof die nog niet in de Gemeenschap is goedgekeurd; of (b) producten die een aanzienlijke therapeutische, wetenschappelijke of technische innovatie vertegenwoordigen, of waarvoor het verlenen van een Gemeenschapsbrede goedkeuring in het belang van patiënten of diergezondheid op Gemeenschapsniveau zou zijn.
Geavanceerde therapiegeneesmiddelen (GTGM) werden later aan de verplichte werkingssfeer van de gecentraliseerde procedure toegevoegd door Verordening (EG) nr. 1394/2007, die ook de Commissie voor geavanceerde therapieën (CAT) binnen de EMA creëerde.
Art 5 tot 29: de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de goedkeuringsprocedure
Titel II stelt de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) in als het voornaamste wetenschappelijke lichaam van de EMA voor humane geneesmiddelen. De CHMP is verantwoordelijk voor het opstellen van adviezen van het Bureau over alle vraagstukken met betrekking tot de ontvankelijkheid van aanvragen, het verlenen, wijzigen, opschorten of intrekken van goedkeuringen voor het in de handel brengen van humane geneesmiddelen. Zij kan ook adviezen geven over vragen met betrekking tot de beoordeling van humane geneesmiddelen, en voert wetenschappelijk advieswerk uit voor aanvragers en de Commissie.
De samenstelling van de commissie weerspiegelt de structuur van het Beheerscomité: één lid per lidstaat met één plaatsvervanger, plus maximaal vijf gecoöpteerde deskundigen voor bijzondere therapeutische gebieden, aangesteld voor een periode van drie jaar die vernieuwbaar is (Art 61). Leden moeten vrij zijn van financiële belangen in de farmaceutische industrie (Art 63, belangenverklaringen).
Een aanvraag voor een gecentraliseerde goedkeuring voor het in de handel brengen moet bij de EMA worden ingediend. De inhoud weerspiegelt de vereisten van Richtlijn 2001/83/EG en moet resultaten van farmaceutische, preklinische en klinische proeven bevatten, een beschrijving van het risicobeheersysteem, en, voor zover het product een genetisch gemodificeerd organisme bevat of bestaat uit, een beoordeling van het milieurisico. De houder van de goedkeuring moet in de Gemeenschap zijn gevestigd (Art 2).
De CHMP wijst een rapporteur en co-rapporteur uit zijn leden aan (Art 62). Deze twee leden leiden de wetenschappelijke beoordeling en stellen het beoordelingsrapport op dat het volledige Comité vervolgens in behandeling neemt.
Art 6(3) tot 10: van geldige aanvraag tot Commissiebesluit
Zodra de CHMP een aanvraag geldig verklaart, start de klok. De Commissie moet haar advies binnen 210 dagen na ontvangst van de geldige aanvraag formuleren. De wetenschappelijke analyse door de rapporteur en co-rapporteur duurt minstens 80 dagen. In die beginfase kan de klok worden "gestopt" voor vragen gericht aan de aanvrager; de klok hervat wanneer het antwoord wordt ontvangen. Deze klokstoppingen zijn een standaardkenmerk van EMA-beoordelingen en verlengen doorgaans de kalendariumtijd, hoewel de termijn van 210 dagen zelf vast blijft.
Voor geneesmiddelen van groot volksgezondheidsbelang, vooral die therapeutische innovatie bieden, kan de CHMP op verzoek van een aanvrager ermee akkoord gaan versnelde beoordelingsprocedure toe te passen. Bij de versnelde procedure moet de CHMP haar advies binnen 150 dagen na ontvangst van de geldige aanvraag formuleren. De Commissie beoordeelt of aan de voorwaarden voor versnelde status wordt voldaan voordat de kortere termijn wordt bevestigd.
Indien de CHMP een negatief advies geeft of het advies onder voorwaarden geeft, kan de aanvrager hernieuwde beoordeling verzoeken binnen 15 dagen van ontvangst van het advies. De gronden voor hernieuwde beoordeling moeten binnen 60 dagen worden ingediend. De CHMP moet vervolgens haar advies binnen een verdere 60 dagen opnieuw beoordelen. De hernieuwde beoordeling kan door deskundigenraadpleging worden ondersteund. Een definitief advies dat het eerste advies bevestigt of wijzigt, wordt vervolgens afgegeven.
Binnen 15 dagen na ontvangst van het CHMP-advies stelt de Commissie haar besluit over de goedkeuring voor het in de handel brengen op. De lidstaten hebben 22 dagen om opmerkingen te maken. De Commissie geeft vervolgens haar besluit af in het Comité van permanente vertegenwoordigers voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (comitologie). Het Commissiebesluit is direct toepasselijk in alle lidstaten en EER-staten (Art 13). Een samenvatting van de productkenmerken (SmPC), productlabeling en bijsluiter, zoals aangenomen, worden aan het besluit gehecht.
De Commissie beheert het Gemeenschapsregister van geneesmiddelen, waarin elk centraal goedgekeurd product is opgenomen. Voor elk product publiceert de EMA een Europees openbaar beoordelingsrapport (EPAR) met de wetenschappelijke beoordeling van de CHMP en de samenvatting van de productkenmerken. Het EPAR is openbaar beschikbaar op de website van de EMA, wat de wetenschappelijke grondslag voor elk EU-centraal goedkeuringsbesluit transparant maakt voor healthcare-professionals en patiënten.
Art 14: standaard, voorwaardelijk, uitzonderlijke omstandigheden, en de 8+2+1-formule
Een standaardgoedkeuring voor het in de handel brengen wordt verleend voor vijf jaar. Voor afloop vraagt de houder van de goedkeuring om verlenging, waarna de CHMP de risico-baten afweging opnieuw beoordeelt. Indien de verlenging wordt verleend, wordt de goedkeuring onbeperkt in duur (Art 14(2)-(3)), hoewel deze onderworpen blijft aan jaarlijkse herzieningop verzoek van de Commissie of de CHMP om volksgezondheidsredenen.
Een goedkeuring voor het in de handel brengen vervalt automatisch als het goedgekeurde product niet daadwerkelijk op de markt is gebracht binnen 3 jaar van het goedkeuringsbesluit. Evenzo, als een product dat eerder was verhandeld, van alle EU-markten wordt teruggetrokken en minstens 3 opeenvolgende jaren afwezig blijft, vervalt de goedkeuring. De vervallingsclausule voorkomt "evergreening" van ongebruikte goedkeuringen en houdt het register actueel. Uitzonderingen kunnen onder uitzonderlijke omstandigheden worden verleend, met name om volksgezondheidsredenen.
Artikel 14(11) bepaalt de enige meest commercieel significant economische prikkel in EU-geneesmiddelenwetgeving. Een referentiegeneesmiddel goedgekeurd via de gecentraliseerde procedure geniet:
De maximale gecombineerde beschermingsperiode is daarom 11 jaar. Deze formule wordt meestal de "8+2+1"-regel genoemd. De hervorming van de farmaceutische wetgeving van 2023 (COM(2023)193) stelde voor deze basislijn opnieuw in te stellen, wat tijdens de onderhandelingen 2024-2025 de voornaamste lobbypriorititeit van EFPIA werd.
Voor producten die in onvervulde medische behoeften voorzien, waaronder geneesmiddelen voor ernstige/levensbedreigende ziekten, kan een goedkeuring op grond van minder volledige gegevens dan normaal vereist worden verleend, onder specifieke verplichtingen (voorwaarden) om na goedkeuring klinische onderzoeken af te ronden. Voorwaardelijke goedkeuringen zijn geldig voor 1 jaar en jaarlijks vernieuwbaar totdat de voorwaarden zijn vervuld, waarna een standaardgoedkeuring wordt afgegeven.
Waar de aanvrager kan aantonen dat uitgebreide gegevens niet kunnen worden verschaft op wetenschappelijke gronden of omdat dit in strijd is met algemeen aanvaarde beginselen van medische ethiek, kan een goedkeuring onder specifieke procedures met verhoogde monitoring en jaarlijkse herbeoordeling worden verleend. In tegenstelling tot voorwaardelijke goedkeuringen voorzien goedkeuringen onder uitzonderlijke omstandigheden niet in de verwachting dat de specifieke verplichtingen uiteindelijk door voltooiing van nader onderzoek zullen worden opgelost.
Art 23 tot 29: veiligheidsmonitoring na goedkeuring voor humane geneesmiddelen
De houder van de goedkeuring moet een bevoegd persoon verantwoordelijk voor farmacovigilantie hebben die permanent en voortdurend beschikbaar is. Deze persoon moet in de Gemeenschap woonachtig zijn en daar werkzaam zijn, en is verantwoordelijk voor de oprichting en instandhouding van het farmacovigilantiestelsystem, inclusief het farmacovigilantiebestande, het risicobeheersysteem, en de indiening van periodieke veiligheidsverslagen.
De houder van de goedkeuring moet alle vermoede ernstige bijwerkingen die in de Gemeenschap en in derde landen voorkomen, binnen 15 dagen na ontvangst van de informatie aan de EMA en aan de lidstaat waar de reactie plaatsvond rapporteren (Art 24). Niet-ernstige bijwerkingen moeten binnen 90 dagen worden gerapporteerd. Deze 15-dagenklok geldt voor zowel dodelijke als levensbedreigde reacties als elke ander ernstige onverwachte reactie.
Periodieke veiligheidsrapporten (PSUR) moeten elke 6 maanden gedurende de eerste twee jaren na eerste goedkeuring, dan jaarlijks voor de volgende drie jaren, en daarna elke drie jaar worden ingediend (Art 24(3)). De CHMP beoordeelt PSUR's; de PRAC (toegevoegd door Verord 1235/2010) leidt de veiligheidsevaluatie.
De EMA beheert de EudraVigilance-database, de centrale EU-opslagplaats voor bijwerkingsrapporten van houders van goedkeuringen, nationale bevoegde autoriteiten en healthcare-professionals. Onder de ongeveer 19 taken vermeld voor de EMA in Art 57, wordt de oprichting, instandhouding en coördinatie van de bijwerkingsdatabase expliciet opgesomd. Art 27 verplicht de EMA met de Wereldgezondheidsorganisatie samen te werken op het gebied van farmacovigilantie, en voorziet de WHO van passende informatie over bijwerkingsrapporten ingediend bij EudraVigilance.
Art 30 tot 54: spiegelarchitectuur voor diergeneesmiddelen (gewijzigd)
Titel III van 726/2004 stelde een spiegelarchitectuur voor diergeneesmiddelen in, gericht op de Commissie voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (CVMP). De procedure, schema's, soorten goedkeuringen en farmacovigilance-verplichtingen voor diergeneesmiddelen waren parallel aan het kader voor humane geneesmiddelen in Titel II, aangepast aan diergeneeskundige-specifieke vereisten zoals maximale residuniveaus voor voedselproducerende dieren.
Het kader voor diergeneesmiddelen in Titel III van 726/2004 werd grotendeels vervangen door Verordening (EU) 2019/6 over diergeneesmiddelen, die 28 januari 2022 van toepassing werd. Verord 2019/6 hief de meeste diergeneeskundige bepalingen op die in 726/2004 hadden bestaan en creëerde een zelfstandig modern kader voor diergeneesmiddelen, inclusief de gecentraliseerde procedure voor diergeneesmiddelen, maximale residuniveaus, en bepalingen inzake antimicrobiële weerstand. De CVMP blijft binnen de EMA-structuur, maar haar werking is nu primair afgeleid van Verord 2019/6.
Art 55 tot 80: de structuur, taken, governance en financiering van het Bureau
Artikel 55 stelt het Europees Geneesmiddelenbureau formeel in als een Gemeenschapslichaam met rechtspersoonlijkheid. Haar begroting komt uit de Gemeenschapsbegroting en uit vergoedingen betaald door ondernemingen die goedkeuring van geneesmiddelen zoeken. Het Bureau was oorspronkelijk gevestigd in Londen. Naar aanleiding van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, verhuisde de EMA naar Amsterdam, Nederland, waar zij sinds 1 januari 2019 gevestigd is.
De EMA verleent niet zelf goedkeuringen voor het in de handel brengen. De Commissie geeft het besluit af op grond van het advies van de CHMP. De rol van de EMA is de wetenschappelijke beoordeling coördineren en het wetenschappelijk advies geven waarop het Commissiebesluit steunt.
Artikel 57 stelt de taken van de EMA in detail uiteen. Onder de ongeveer 19 opgesomde taken zijn de voornaamste:
De directeur wordt door het Beheerscomité op voorstel van de Commissie benoemd, voor een termijn van 5 jaar, eenmalig vernieuwbaar. De directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van het Bureau en is verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer, de begroting, personeelszaken, en voor het waarborgen dat de commissies naar behoren functioneren. De directeur moet een verklaring aan het Europees Parlement afleggen. De huidige directeur is Emer Cooke (Ierland).
Het Beheerscomité is het bestuurslichaam van het Bureau. De samenstelling (Art 65) omvat: een vertegenwoordiger per lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Europese Commissie, twee vertegenwoordigers van het Europees Parlement, twee vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, een vertegenwoordiger van artsenorganisaties, en een vertegenwoordiger van dierenartsenorganisaties. Leden vervullen drie jaar durende termijnen die vernieuwbaar zijn. Het Beheerscomité neemt besluiten met een meerderheid van twee derde voor belangrijke aangelegenheden. Het stelt de jaarlijkse begroting, het werkprogramma en het huishoudelijk reglement vast.
De EMA-begroting bestaat uit een bijdrage uit de algemene begroting van de EU, vergoedingen betaald door farmaceutische bedrijven voor diensten in het kader van de gecentraliseerde procedure, en ander opbrengsten. Farmacovigilantie, netwerkactiviteiten en toezichtactiviteiten worden gefinancierd uit de openbare bijdrage (Art 67). Vergoedingen worden vastgesteld door de Raad (Art 70). Reductingen voor MKB's zijn beschikbaar voor kleinere bedrijven. De governance van vergoedingen werd meest recent gewijzigd door Verordening (EU) 2024/568, die een nieuw EMA-tariefsysteem bepaalde. Openbare toegang tot documenten wordt beheerst door Verordening (EG) nr. 1049/2001 (Art 73).
Art 56: de institutionele ruggengraat van EMA-wetenschappelijk werk (gewijzigd)
Verordening 726/2004 zoals aanvaard, stelde vier wetenschappelijke commissies in binnen de EMA (Art 56): de CHMP, de CVMP, de COMP (Commissie voor weesgeneesmiddelen, kruis-gerefereerd van Verord 141/2000) en de HMPC (Commissie voor kruidengeneesmiddelen). Drie verdere commissies werden door aanverwante verordeningen na 2004 toegevoegd. Samen behandelen zij het volledige bereik van geneesmiddelen en patiëntenpopulaties beoordeeld door de EMA.
Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik. De voornaamste commissie van de EMA voor humane geneesmiddelen. Geeft adviezen over alle aanvragen voor gecentraliseerde goedkeuring, wetenschappelijk advies, verwijzingen en programma's voor compassionateverstrekking. Samenstelling: 1 lid per lidstaat + maximaal 5 gecoöpteerde deskundigen + plaatsvervangers.
Commissie voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik. Spiegel van de CHMP voor diergeneesmiddelen. Geeft adviezen onder de gecentraliseerde procedure voor diergeneesmiddelen, maximale residuniveaus, en wetenschappelijk advies over diergeneeskundige onderwerpen. Werking geregeld door Verord (EU) 2019/6.
Commissie voor weesgeneesmiddelen. Beoordeelt aanvragen voor aanwijzing als weesgneesgeneesmiddel onder Verord 141/2000. Aanwijzing door de Commissie is een voorwaarde voor de economische stimuli voor weesgeneesmiddelen (verplichte gecentraliseerde procedure, 10-jarige marktexclusiviteit, vergoedingsreducties). Kruis-gerefereerd van Verord 141/2000 in Art 56 van 726/2004.
Commissie voor kruidengeneesmiddelen. Ingesteld door Richtlijn 2004/24/EG. Stelt monografieën voor kruidenstoffen en bereidingen samen, stelt de EU-lijst van kruidenstoffen voor traditionele kruidengeneesmiddelen op, en adviseert over farmacovigilantie van kruidenmiddelen.
Commissie voor beoordeling van farmacovigilantirisico's. Toegevoegd door Verord (EU) 1235/2010 (het farmacovigilantie-pakket van 2010). Beoordeelt en monitort veiligheidskwesties voor humane geneesmiddelen, leidt PSUR-evaluaties, en beveelt maatregelen ter risicobeperking aan, inclusief labelwijzigingen, beperkte indicaties en markttrekking.
Commissie voor geneesmiddelen voor kinderen. Toegevoegd door Verord (EG) nr. 1901/2006 (de Verordening voor geneesmiddelen voor kinderen). Beoordeelt plannen voor klinische onderzoeken bij kinderen (PIP), beoordeelt resultaten van PIP-compatibele onderzoeken, en beveelt aan of beloningen voor kinderen (PUMA + 6-maands SPC-verlengingextensie) gerechtvaardigd zijn.
Commissie voor geavanceerde therapieën. Toegevoegd door Verord (EG) nr. 1394/2007 (de GTGM-verordening). Beoordeelt kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van geavanceerde therapiegeneesmiddelen (genetherapieën, somatische-celtherapieën, weefselbiotech-producten) en bereidt ontwerpstandpunten voor CHMP voor.
Art 81 tot 90: gemotiveerde besluiten, compassionateverstrekking, boetes en intrekking
Alle besluiten, adviezen en beoordelingen moeten vergezeld gaan van een wetenschappelijke uitleg voor het besluit (Art 81). Deze verplichting ondersteunt de transparantieverbintenissen van de gecentraliseerde procedure: de gronden voor het verlenen, weigeren of intrekken van een goedkeuring moeten schriftelijk worden uiteengezet, zijn openbaar beschikbaar via het EPAR, en kunnen voor de EU-rechtsbanken worden aangevochten. Art 82 bepaalt dat maar één goedkeuring aan dezelfde houder voor hetzelfde product kan worden verleend, preventie van dubbele aanvragen.
Lidstaten kunnen een niet-goedgekeurd geneesmiddel beschikbaar stellen voor compassionateverstrekking aan patiënten met een chronische of ernstige invalideriserende aandoening of een levensbedreigende aandoening waar geen bevredigend goedgekeurd alternatief bestaat, en waar het product onderwerp van een gecentraliseerde aanvraag is of wordt onderzocht in klinische proeven. De CHMP kan adviezen geven over de voorwaarden van gebruik, distributie en beoogde patiënten. Deze CHMP-adviezen zijn niet bindend voor lidstaten, maar bieden een gemeenschappelijk kader.
De Commissie kan, op voorstel van de EMA, financiële boetes aan houders van goedkeuringen voor het in de handel brengen voor humane en diergeneesmiddelen verleend onder de gecentraliseerde procedure opleggen, als deze houders de aan hen gestelde verplichtingen niet naleven. Het stelsel dekt niet-nakoming van aan goedkeuringen verbonden voorwaarden, verplichtingen onder risicobeheersingsstelsels, niet-indiening van vereiste onderzoeken, en ander regelgevingsnakoming. De regels over de omvang en handhaving van deze boetes zijn vastgesteld in afzonderlijke door de Commissie onder comitologie vastgestelde verordeningen (Art 87).
De Commissie moet elke 10 jaar een rapport aan het Europees Parlement en de Raad indienen over de werking van de gecentraliseerde procedure (Art 86). Dit rapport vormt de bewijsbasis voor wetgevingswijzigingen. De Commissie wordt geholpen door het Comité van permanente vertegenwoordigers voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en het Comité van permanente vertegenwoordigers voor veterinaire geneesmiddelen bij de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden (Art 87, comitologie). Verordening (EEG) nr. 2309/93 werd formeel ingetrokken door Art 88, met overgangsbepalingen.
Titel I (Art 1-4): kernconcepten zoals gebruikt in de verordening
Artikel 1 bepaalt dat de definities in Richtlijn 2001/83/EG (humane geneesmiddelen) en Richtlijn 2001/82/EG (diergeneesmiddelen) op de gehele verordening van toepassing zijn. De verordening herdefineert "geneesmiddel" of "goedkeuring voor het in de handel brengen" niet, maar incorporeert deze definities door verwijzing, zodat samenhang met de bredere EU-farmaceutische acquis ontstaat. Belangrijkste operatieve begrippen geïntroduceerd of toegepast door 726/2004 zijn:
Alle cijfers afgelezen van Art 6, 9, 10, 14, 24 en 83 van Verordening 726/2004
| Parameter | Waarde | Juridische grondslag | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| CHMP-advies (standaard) | 210 dagen | Art 6(3) | Wetenschappelijke analyse minstens 80 dagen; klok stopt voor aanvragervragen |
| CHMP-advies (versneld) | 150 dagen | Art 14(9) | Voor producten van groot volksgezondheidsbelang of therapeutische innovatie |
| Hernieuwde-beoordelings-aanvraag | 15 dagen | Art 9(2) | Van ontvangst van negatief of voorwaardelijk advies |
| Gronden voor hernieuwde beoordeling | 60 dagen | Art 9(2) | Van kennisgeving van voornemen hernieuwde beoordeling aan te vragen |
| CHMP-hernieuwde beoordeling | 60 dagen | Art 9(2) | Van ontvangst gronden; kan deskundigenraadpleging omvatten |
| Commissiebesluit-ontwerp | 15 dagen | Art 10 | Van ontvangst CHMP-advies |
| Lidstaat-opmerkingenvenster | 22 dagen | Art 10 | Nadat Commissie ontwerp-besluit circuleert |
| MA-initële geldigheid | 5 jaar | Art 14(1) | Verlengbaar; onbeperkt na eerste verlenging op risico-bate-herbeoordeling |
| Vervallingsclausule (niet-vermarkt) | 3 jaar | Art 14(4) | Goedkeuring vervalt als product nooit op markt gebracht binnen 3 jaar |
| Vervallingsclausule (teruggetrokken) | 3 jaar | Art 14(5) | Goedkeuring vervalt na 3 opeenvolgende jaren afwezig van alle EU-markten |
| Gegevensbescherming (8+2+1) | Tot 11 jaar | Art 14(11) | 8 jr gegevensuitsluiting + 2 jr marktbescherming + 1 jr voor nieuwe indicatie |
| Voorwaardelijke MA-geldigheid | 1 jaar (verlengbaar) | Art 14(7) | Jaarlijkse verlenging totdat na-goedkeuringvoorwaarden vervuld |
| Melding ernstige bijwerking | 15 dagen | Art 24 | Dodelijke, levensbedreigde of ander ernstige onverwachte reacties |
| PSUR-frequentie (jaar 1-2) | Elke 6 maanden | Art 24(3) | Dan jaarlijks gedurende 3 jaar, dan 3-jaarlijks daarna |
Sleutelmijlpalen voor Verordening 726/2004 en verwante regelgeving
Belangrijke afkortingen en termen gebruikt op deze pagina
Primaire documentatie voor Verordening (EG) nr. 726/2004
Zes hulpmiddelen voor analyse, tracking en werken met EU-farmaceutische wetgeving
Gratis proefperiode van 14 dagen. Geen kaart nodig.
Gratis proefperiode starten