Brubru
EU beleidsinteligentie
Gratis Brubru proberen
EU Canon / EU Farmaceutisch

De EMA-verordening

Verordening (EG) nr. 726/2004 richtte het Europees Geneesmiddelenbureau op en de gecentraliseerde procedure voor goedkeuring van geneesmiddelen: een aanvraag, een Commissiebesluit, een goedkeuring geldig in de hele EER voor elk innovatief geneesmiddel.

Aangenomen 31 maart 2004 PB L 136, 30.4.2004 CELEX 32004R0726 Art 95 + Art 152(4)(b) EGV
Farmaceutisch onderzoek: wetenschapper werkt met medicijnmonsters in een modern laboratorium
Foto: Jonathan Borba via Pexels | De gecentraliseerde procedure bepaalt elk innovatief geneesmiddel dat EU-patiënten bereikt
210
Dagen: CHMP-advies
De standaardklok van geldige aanvraag tot CHMP-wetenschappelijk advies (Art 6(3)). Wetenschappelijke analyse duurt minstens 80 dagen.
8+2+1
Jaren gegevensbescherming
Art 14(11): 8 jaar gegevensbescherming, 10 jaar marktbescherming, plus 1 extra jaar voor een belangrijke nieuwe therapeutische indicatie toegevoegd in de eerste 8 jaar.
7
Wetenschappelijke commissies
CHMP, CVMP, COMP, HMPC (in de tekst van 2004) plus PRAC, PDCO en CAT toegevoegd door aanverwante verordeningen. Samen dekken zij alle therapeutische gebieden en patiëntenpopulaties.
90
Artikelen in 5 titels
38 overwegingen en 90 artikelen behandelen definities, de procedure voor humane geneesmiddelen, diergeneesmiddelen, EMA-governance en algemene/slotbepalingen inclusief compassionateverstrekking.

Overzicht

De institutionele ruggengraat van EU-geneesmiddelenregeling sinds 2005

Van de EMEA naar de EMA

Vóór Verordening (EG) nr. 726/2004 van kracht werd, was het Europees Bureau voor de Evaluatie van Geneesmiddelen (EMEA) gevestigd onder Verordening (EEG) nr. 2309/93. De verordening van 2004 hief dat eerdere instrument op (Art 88), hernoemde het Bureau in Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) (overweging 2), en herstructureerde fundamenteel het juridische kader voor de goedkeuring van geneesmiddelen in de EU en de EER.

De centrale innovatie van 726/2004 is de gecentraliseerde procedure voor goedkeuring van geneesmiddelen: een enkele aanvraag ingediend bij de EMA, een enkel wetenschappelijk advies van de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP), en een enkel Commissiebesluit tot goedkeuring dat tegelijk geldig is in alle lidstaten (Art 13). Vóór het bestaan van de gecentraliseerde procedure moest een farmaceutisch bedrijf dat EU-brede markttoegangzocht, afzonderlijke nationale aanvragen indienen, per land. De verordening beëindigt die versnippering voor de producten in haar werkingssfeer.

De verordening belemmert de bevoegdheden van de lidstaten over prijsstelling, vergoeding of hoe geneesmiddelen in hun gezondheidsstelsels worden verstrekt niet (Art 1, tweede alinea). Goedkeuring is een noodzakelijke voorwaarde voor markttoegangen, maar nationale toetsingslaboratoria voor gezondheid behouden de controle over of en hoe een product wordt vergoed.

Juridische grondslag

De verordening steunt op twee EGV-grondslagen (thans genummerd als TFEU-artikelen na het Verdrag van Lissabon):

  • Artikel 95 EGV (nu Art 114 TFEU): interne-marktharmonisatie, die het oprichtingsproces van een eenheidsgoedkeuringsprocedure rechtvaardigt om verstoringen door uiteenlopende nationale goedkeuringsbeslissingen voor innovatieve producten uit te bannen.
  • Artikel 152(4)(b) EGV (nu Art 168(4)(b) TFEU): volksgezondheidsmaatregelen inzake dier- en fytosanitaire aangelegenheden, die het beoordelingskader voor kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid verankert.

De medebeslissingsprocedure onder Art 251 EGV gold, met EP-voorzitter Pat Cox en Iers Voorzittingsminister Micheal Martin als ondertekenaar (31 maart 2004, Straatsburg).

Inwerkingtreding en toepassing

De verordening werd in PB L 136 op 30 april 2004 gepubliceerd. Deze datum trad het in werking. Titels I tot en met V waren van toepassing vanaf 20 november 2005. De EMA zoals opnieuw vormgegeven onder deze verordening nam op dezelfde datum haar nieuwe naam en governance-structuur aan.

Gewijzigd is de verordening meermaals aangepast: meest aanzienlijk door het farmacovigilantie-pakket van 2010 (Verord (EU) 1235/2010 + Richtl 2010/84/EU), die de Commissie voor beoordeling van farmacovigilantirisico's (PRAC) en de EudraVigilance-verplichtingen creëerde; door Verord (EU) 2019/5 (de omnibusverordening); en door Verord (EU) 2022/123, die het mandaat van de EMA inzake geneesmiddeltekorten versterkte en de Stuurgroep Geneesmiddeltekorten (MSSG) en de Noodmaatregelen-Task Force (ETF) toevoegde.


Verplichte werkingssfeer: de Bijlage

Producten die alleen via de gecentraliseerde procedure op de EU-markt mogen worden gebracht (Art 3)

1
Biotechnologieproducten
Producten afkomstig van recombinante DNA-technologie, gecontroleerde genexpressie van biologisch actieve eiwitten, of hybridoom- en monoklonale antilichaammethoden. Het fundamentele biotechwerkpakket, met inbegrip van insuline, erytropoëtine, monoklonale antilichamen, recombinante groeifactoren en gelijkwaardige biologische stoffen.
2
Diergeneesmiddelen voor prestatieverbetering
Diergeneesmiddelen bestemd voor gebruik vooral als prestatieverhogingmiddelen om groei of opbrengstverhoging in behandelde dieren te bevorderen. Verplichte gecentraliseerde route ter voorkoming van versplinterde nationale besluiten over deze gevoelige producten. (Grotendeels vervangen voor diergeneesmiddelen door Verord (EU) 2019/6.)
3
Nieuwe actieve stoffen voor menselijk gebruik: vier ziektegebieden
Nieuwe actieve stoffen voor menselijk gebruik voor aids, kanker, neurodegeneratieve ziekten en diabetes (van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding). Vanaf 20 mei 2008 breidde de werkingssfeer uit tot auto-immuunziekten, andere immuunfunctiestoornis en virale ziekten.
4
Weesgeneesmiddelen
Alle geneesmiddelen die zijn aangewezen als weesgeneesmiddelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 141/2000. De gecentraliseerde route is het verplichte goedkeuringspad voor alle weesgeneesmiddelen, rechtstreeks verbonden met het aanwijzingsproces op basis van COMP.

Optionele toegang (Art 3(2))

Buiten de verplichte Bijlage kunnen aanvragers de gecentraliseerde procedure op optionele basis gebruiken voor: (a) geneesmiddelen met een actieve stof die nog niet in de Gemeenschap is goedgekeurd; of (b) producten die een aanzienlijke therapeutische, wetenschappelijke of technische innovatie vertegenwoordigen, of waarvoor het verlenen van een Gemeenschapsbrede goedkeuring in het belang van patiënten of diergezondheid op Gemeenschapsniveau zou zijn.

Geavanceerde therapiegeneesmiddelen (GTGM) werden later aan de verplichte werkingssfeer van de gecentraliseerde procedure toegevoegd door Verordening (EG) nr. 1394/2007, die ook de Commissie voor geavanceerde therapieën (CAT) binnen de EMA creëerde.


Titel II: Humane geneesmiddelen en de CHMP

Art 5 tot 29: de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de goedkeuringsprocedure

De CHMP (Art 5)

Titel II stelt de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) in als het voornaamste wetenschappelijke lichaam van de EMA voor humane geneesmiddelen. De CHMP is verantwoordelijk voor het opstellen van adviezen van het Bureau over alle vraagstukken met betrekking tot de ontvankelijkheid van aanvragen, het verlenen, wijzigen, opschorten of intrekken van goedkeuringen voor het in de handel brengen van humane geneesmiddelen. Zij kan ook adviezen geven over vragen met betrekking tot de beoordeling van humane geneesmiddelen, en voert wetenschappelijk advieswerk uit voor aanvragers en de Commissie.

De samenstelling van de commissie weerspiegelt de structuur van het Beheerscomité: één lid per lidstaat met één plaatsvervanger, plus maximaal vijf gecoöpteerde deskundigen voor bijzondere therapeutische gebieden, aangesteld voor een periode van drie jaar die vernieuwbaar is (Art 61). Leden moeten vrij zijn van financiële belangen in de farmaceutische industrie (Art 63, belangenverklaringen).

De aanvraag (Art 6)

Een aanvraag voor een gecentraliseerde goedkeuring voor het in de handel brengen moet bij de EMA worden ingediend. De inhoud weerspiegelt de vereisten van Richtlijn 2001/83/EG en moet resultaten van farmaceutische, preklinische en klinische proeven bevatten, een beschrijving van het risicobeheersysteem, en, voor zover het product een genetisch gemodificeerd organisme bevat of bestaat uit, een beoordeling van het milieurisico. De houder van de goedkeuring moet in de Gemeenschap zijn gevestigd (Art 2).

De CHMP wijst een rapporteur en co-rapporteur uit zijn leden aan (Art 62). Deze twee leden leiden de wetenschappelijke beoordeling en stellen het beoordelingsrapport op dat het volledige Comité vervolgens in behandeling neemt.


De 210-dagenklok

Art 6(3) tot 10: van geldige aanvraag tot Commissiebesluit

Beoordelingscalendarium (Art 6(3))

Zodra de CHMP een aanvraag geldig verklaart, start de klok. De Commissie moet haar advies binnen 210 dagen na ontvangst van de geldige aanvraag formuleren. De wetenschappelijke analyse door de rapporteur en co-rapporteur duurt minstens 80 dagen. In die beginfase kan de klok worden "gestopt" voor vragen gericht aan de aanvrager; de klok hervat wanneer het antwoord wordt ontvangen. Deze klokstoppingen zijn een standaardkenmerk van EMA-beoordelingen en verlengen doorgaans de kalendariumtijd, hoewel de termijn van 210 dagen zelf vast blijft.

Versnelde beoordeling: 150 dagen (Art 14(9))

Voor geneesmiddelen van groot volksgezondheidsbelang, vooral die therapeutische innovatie bieden, kan de CHMP op verzoek van een aanvrager ermee akkoord gaan versnelde beoordelingsprocedure toe te passen. Bij de versnelde procedure moet de CHMP haar advies binnen 150 dagen na ontvangst van de geldige aanvraag formuleren. De Commissie beoordeelt of aan de voorwaarden voor versnelde status wordt voldaan voordat de kortere termijn wordt bevestigd.

Hernieuwde beoordeling (Art 9(2))

Indien de CHMP een negatief advies geeft of het advies onder voorwaarden geeft, kan de aanvrager hernieuwde beoordeling verzoeken binnen 15 dagen van ontvangst van het advies. De gronden voor hernieuwde beoordeling moeten binnen 60 dagen worden ingediend. De CHMP moet vervolgens haar advies binnen een verdere 60 dagen opnieuw beoordelen. De hernieuwde beoordeling kan door deskundigenraadpleging worden ondersteund. Een definitief advies dat het eerste advies bevestigt of wijzigt, wordt vervolgens afgegeven.

Commissiebesluit (Art 10)

Binnen 15 dagen na ontvangst van het CHMP-advies stelt de Commissie haar besluit over de goedkeuring voor het in de handel brengen op. De lidstaten hebben 22 dagen om opmerkingen te maken. De Commissie geeft vervolgens haar besluit af in het Comité van permanente vertegenwoordigers voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (comitologie). Het Commissiebesluit is direct toepasselijk in alle lidstaten en EER-staten (Art 13). Een samenvatting van de productkenmerken (SmPC), productlabeling en bijsluiter, zoals aangenomen, worden aan het besluit gehecht.

Het Gemeenschapsregister en het EPAR (Art 13)

De Commissie beheert het Gemeenschapsregister van geneesmiddelen, waarin elk centraal goedgekeurd product is opgenomen. Voor elk product publiceert de EMA een Europees openbaar beoordelingsrapport (EPAR) met de wetenschappelijke beoordeling van de CHMP en de samenvatting van de productkenmerken. Het EPAR is openbaar beschikbaar op de website van de EMA, wat de wetenschappelijke grondslag voor elk EU-centraal goedkeuringsbesluit transparant maakt voor healthcare-professionals en patiënten.


Soorten goedkeuringen voor het in de handel brengen en gegevensbescherming

Art 14: standaard, voorwaardelijk, uitzonderlijke omstandigheden, en de 8+2+1-formule

Standaardgoedkeuring voor het in de handel brengen: 5 jaar dan onbeperkt (Art 14(1)-(3))

Een standaardgoedkeuring voor het in de handel brengen wordt verleend voor vijf jaar. Voor afloop vraagt de houder van de goedkeuring om verlenging, waarna de CHMP de risico-baten afweging opnieuw beoordeelt. Indien de verlenging wordt verleend, wordt de goedkeuring onbeperkt in duur (Art 14(2)-(3)), hoewel deze onderworpen blijft aan jaarlijkse herzieningop verzoek van de Commissie of de CHMP om volksgezondheidsredenen.

Vervallingsclausule: 3-jaarregel (Art 14(4)-(5))

Een goedkeuring voor het in de handel brengen vervalt automatisch als het goedgekeurde product niet daadwerkelijk op de markt is gebracht binnen 3 jaar van het goedkeuringsbesluit. Evenzo, als een product dat eerder was verhandeld, van alle EU-markten wordt teruggetrokken en minstens 3 opeenvolgende jaren afwezig blijft, vervalt de goedkeuring. De vervallingsclausule voorkomt "evergreening" van ongebruikte goedkeuringen en houdt het register actueel. Uitzonderingen kunnen onder uitzonderlijke omstandigheden worden verleend, met name om volksgezondheidsredenen.

Regelgevingsgegevensbescherming: de 8+2+1-formule (Art 14(11))

Artikel 14(11) bepaalt de enige meest commercieel significant economische prikkel in EU-geneesmiddelenwetgeving. Een referentiegeneesmiddel goedgekeurd via de gecentraliseerde procedure geniet:

  • 8 jaar gegevensexclusiviteit: generieke of biosimilaire aanvragers mogen de gegevens van het referentieproduct niet gebruiken ter ondersteuning van hun eigen aanvragen gedurende deze periode.
  • 2 aanvullende jaar marktbescherming (totaal 10 jaar): zelfs als een generieke aanvrager zijn eigen dossier heeft samengesteld, mag de generieke niet op de markt worden gebracht gedurende 10 jaar na de eerste goedkeuring van het referentieproduct.
  • +1 verder jaar marktbescherming als, in de eerste 8 jaar, de houder van de goedkeuring een goedkeuring krijgt voor een nieuwe therapeutische indicatie die aanzienlijk klinisch voordeel met zich brengt in vergelijking met bestaande therapieën.

De maximale gecombineerde beschermingsperiode is daarom 11 jaar. Deze formule wordt meestal de "8+2+1"-regel genoemd. De hervorming van de farmaceutische wetgeving van 2023 (COM(2023)193) stelde voor deze basislijn opnieuw in te stellen, wat tijdens de onderhandelingen 2024-2025 de voornaamste lobbypriorititeit van EFPIA werd.

Voorwaardelijke goedkeuring voor het in de handel brengen (Art 14(7))

Voor producten die in onvervulde medische behoeften voorzien, waaronder geneesmiddelen voor ernstige/levensbedreigende ziekten, kan een goedkeuring op grond van minder volledige gegevens dan normaal vereist worden verleend, onder specifieke verplichtingen (voorwaarden) om na goedkeuring klinische onderzoeken af te ronden. Voorwaardelijke goedkeuringen zijn geldig voor 1 jaar en jaarlijks vernieuwbaar totdat de voorwaarden zijn vervuld, waarna een standaardgoedkeuring wordt afgegeven.

Goedkeuring onder uitzonderlijke omstandigheden (Art 14(8))

Waar de aanvrager kan aantonen dat uitgebreide gegevens niet kunnen worden verschaft op wetenschappelijke gronden of omdat dit in strijd is met algemeen aanvaarde beginselen van medische ethiek, kan een goedkeuring onder specifieke procedures met verhoogde monitoring en jaarlijkse herbeoordeling worden verleend. In tegenstelling tot voorwaardelijke goedkeuringen voorzien goedkeuringen onder uitzonderlijke omstandigheden niet in de verwachting dat de specifieke verplichtingen uiteindelijk door voltooiing van nader onderzoek zullen worden opgelost.


Farmacovigilantie

Art 23 tot 29: veiligheidsmonitoring na goedkeuring voor humane geneesmiddelen

Bevoegd persoon voor farmacovigilantie (Art 23)

De houder van de goedkeuring moet een bevoegd persoon verantwoordelijk voor farmacovigilantie hebben die permanent en voortdurend beschikbaar is. Deze persoon moet in de Gemeenschap woonachtig zijn en daar werkzaam zijn, en is verantwoordelijk voor de oprichting en instandhouding van het farmacovigilantiestelsystem, inclusief het farmacovigilantiebestande, het risicobeheersysteem, en de indiening van periodieke veiligheidsverslagen.

Rapportage van bijwerkingen: 15-dagenklok (Art 24, 25)

De houder van de goedkeuring moet alle vermoede ernstige bijwerkingen die in de Gemeenschap en in derde landen voorkomen, binnen 15 dagen na ontvangst van de informatie aan de EMA en aan de lidstaat waar de reactie plaatsvond rapporteren (Art 24). Niet-ernstige bijwerkingen moeten binnen 90 dagen worden gerapporteerd. Deze 15-dagenklok geldt voor zowel dodelijke als levensbedreigde reacties als elke ander ernstige onverwachte reactie.

Periodieke veiligheidsrapporten (PSUR) moeten elke 6 maanden gedurende de eerste twee jaren na eerste goedkeuring, dan jaarlijks voor de volgende drie jaren, en daarna elke drie jaar worden ingediend (Art 24(3)). De CHMP beoordeelt PSUR's; de PRAC (toegevoegd door Verord 1235/2010) leidt de veiligheidsevaluatie.

EudraVigilance en WHO-samenwerking (Art 24, 27)

De EMA beheert de EudraVigilance-database, de centrale EU-opslagplaats voor bijwerkingsrapporten van houders van goedkeuringen, nationale bevoegde autoriteiten en healthcare-professionals. Onder de ongeveer 19 taken vermeld voor de EMA in Art 57, wordt de oprichting, instandhouding en coördinatie van de bijwerkingsdatabase expliciet opgesomd. Art 27 verplicht de EMA met de Wereldgezondheidsorganisatie samen te werken op het gebied van farmacovigilantie, en voorziet de WHO van passende informatie over bijwerkingsrapporten ingediend bij EudraVigilance.


Titel III: Diergeneesmiddelen en de CVMP

Art 30 tot 54: spiegelarchitectuur voor diergeneesmiddelen (gewijzigd)

De CVMP en de gecentraliseerde procedure voor diergeneesmiddelen

Titel III van 726/2004 stelde een spiegelarchitectuur voor diergeneesmiddelen in, gericht op de Commissie voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (CVMP). De procedure, schema's, soorten goedkeuringen en farmacovigilance-verplichtingen voor diergeneesmiddelen waren parallel aan het kader voor humane geneesmiddelen in Titel II, aangepast aan diergeneeskundige-specifieke vereisten zoals maximale residuniveaus voor voedselproducerende dieren.

Uitgestoten door Verordening (EU) 2019/6 (gewijzigd)

Het kader voor diergeneesmiddelen in Titel III van 726/2004 werd grotendeels vervangen door Verordening (EU) 2019/6 over diergeneesmiddelen, die 28 januari 2022 van toepassing werd. Verord 2019/6 hief de meeste diergeneeskundige bepalingen op die in 726/2004 hadden bestaan en creëerde een zelfstandig modern kader voor diergeneesmiddelen, inclusief de gecentraliseerde procedure voor diergeneesmiddelen, maximale residuniveaus, en bepalingen inzake antimicrobiële weerstand. De CVMP blijft binnen de EMA-structuur, maar haar werking is nu primair afgeleid van Verord 2019/6.


Titel IV: Het Europees Geneesmiddelenbureau

Art 55 tot 80: de structuur, taken, governance en financiering van het Bureau

Oprichting en locatie (Art 55)

Artikel 55 stelt het Europees Geneesmiddelenbureau formeel in als een Gemeenschapslichaam met rechtspersoonlijkheid. Haar begroting komt uit de Gemeenschapsbegroting en uit vergoedingen betaald door ondernemingen die goedkeuring van geneesmiddelen zoeken. Het Bureau was oorspronkelijk gevestigd in Londen. Naar aanleiding van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, verhuisde de EMA naar Amsterdam, Nederland, waar zij sinds 1 januari 2019 gevestigd is.

De EMA verleent niet zelf goedkeuringen voor het in de handel brengen. De Commissie geeft het besluit af op grond van het advies van de CHMP. De rol van de EMA is de wetenschappelijke beoordeling coördineren en het wetenschappelijk advies geven waarop het Commissiebesluit steunt.

Taken van het Bureau: ongeveer 19 opgesomde functies (Art 57)

Artikel 57 stelt de taken van de EMA in detail uiteen. Onder de ongeveer 19 opgesomde taken zijn de voornaamste:

  • Coördinatie van de wetenschappelijke beoordeling van geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik in het kader van de gecentraliseerde procedure
  • Verstrekking van wetenschappelijk advies aan bedrijven die onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen uitvoeren
  • Publicatie van EPAR's en instandhouding van het Gemeenschapsregister voor elk goedgekeurd product
  • Oprichting en instandhouding van de EudraVigilance-database voor bijwerkingen
  • Advies geven over vragen met betrekking tot het gebruik van antibiotica in voedselproducerende dieren en antimicrobiële weerstand (AMR)
  • Handhaving van een openbare EU-geneesmiddelendatabase, inclusief een gedeelte over geneesmiddelen voor kinderen
  • Verzameling van informatie over vermoede biologische wapens, pathogenen en vaccins, en advies over maatregelen ter bestrijding van biologische bedreigingen
  • Verstrekking van wetenschappelijk advies aan de WHO over kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van geneesmiddelen voor gebruik in landen buiten de EU (Art 58)
Directeur (Art 64)

De directeur wordt door het Beheerscomité op voorstel van de Commissie benoemd, voor een termijn van 5 jaar, eenmalig vernieuwbaar. De directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van het Bureau en is verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer, de begroting, personeelszaken, en voor het waarborgen dat de commissies naar behoren functioneren. De directeur moet een verklaring aan het Europees Parlement afleggen. De huidige directeur is Emer Cooke (Ierland).

Beheerscomité (Art 65)

Het Beheerscomité is het bestuurslichaam van het Bureau. De samenstelling (Art 65) omvat: een vertegenwoordiger per lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Europese Commissie, twee vertegenwoordigers van het Europees Parlement, twee vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, een vertegenwoordiger van artsenorganisaties, en een vertegenwoordiger van dierenartsenorganisaties. Leden vervullen drie jaar durende termijnen die vernieuwbaar zijn. Het Beheerscomité neemt besluiten met een meerderheid van twee derde voor belangrijke aangelegenheden. Het stelt de jaarlijkse begroting, het werkprogramma en het huishoudelijk reglement vast.

Begroting en vergoedingen (Art 67, 70)

De EMA-begroting bestaat uit een bijdrage uit de algemene begroting van de EU, vergoedingen betaald door farmaceutische bedrijven voor diensten in het kader van de gecentraliseerde procedure, en ander opbrengsten. Farmacovigilantie, netwerkactiviteiten en toezichtactiviteiten worden gefinancierd uit de openbare bijdrage (Art 67). Vergoedingen worden vastgesteld door de Raad (Art 70). Reductingen voor MKB's zijn beschikbaar voor kleinere bedrijven. De governance van vergoedingen werd meest recent gewijzigd door Verordening (EU) 2024/568, die een nieuw EMA-tariefsysteem bepaalde. Openbare toegang tot documenten wordt beheerst door Verordening (EG) nr. 1049/2001 (Art 73).


De 7 wetenschappelijke commissies

Art 56: de institutionele ruggengraat van EMA-wetenschappelijk werk (gewijzigd)

Oorspronkelijke 4 commissies (tekst van 2004) en 3 toegevoegd later

Verordening 726/2004 zoals aanvaard, stelde vier wetenschappelijke commissies in binnen de EMA (Art 56): de CHMP, de CVMP, de COMP (Commissie voor weesgeneesmiddelen, kruis-gerefereerd van Verord 141/2000) en de HMPC (Commissie voor kruidengeneesmiddelen). Drie verdere commissies werden door aanverwante verordeningen na 2004 toegevoegd. Samen behandelen zij het volledige bereik van geneesmiddelen en patiëntenpopulaties beoordeeld door de EMA.

CHMP

Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik. De voornaamste commissie van de EMA voor humane geneesmiddelen. Geeft adviezen over alle aanvragen voor gecentraliseerde goedkeuring, wetenschappelijk advies, verwijzingen en programma's voor compassionateverstrekking. Samenstelling: 1 lid per lidstaat + maximaal 5 gecoöpteerde deskundigen + plaatsvervangers.

CVMP

Commissie voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik. Spiegel van de CHMP voor diergeneesmiddelen. Geeft adviezen onder de gecentraliseerde procedure voor diergeneesmiddelen, maximale residuniveaus, en wetenschappelijk advies over diergeneeskundige onderwerpen. Werking geregeld door Verord (EU) 2019/6.

COMP

Commissie voor weesgeneesmiddelen. Beoordeelt aanvragen voor aanwijzing als weesgneesgeneesmiddel onder Verord 141/2000. Aanwijzing door de Commissie is een voorwaarde voor de economische stimuli voor weesgeneesmiddelen (verplichte gecentraliseerde procedure, 10-jarige marktexclusiviteit, vergoedingsreducties). Kruis-gerefereerd van Verord 141/2000 in Art 56 van 726/2004.

HMPC

Commissie voor kruidengeneesmiddelen. Ingesteld door Richtlijn 2004/24/EG. Stelt monografieën voor kruidenstoffen en bereidingen samen, stelt de EU-lijst van kruidenstoffen voor traditionele kruidengeneesmiddelen op, en adviseert over farmacovigilantie van kruidenmiddelen.

PRAC

Commissie voor beoordeling van farmacovigilantirisico's. Toegevoegd door Verord (EU) 1235/2010 (het farmacovigilantie-pakket van 2010). Beoordeelt en monitort veiligheidskwesties voor humane geneesmiddelen, leidt PSUR-evaluaties, en beveelt maatregelen ter risicobeperking aan, inclusief labelwijzigingen, beperkte indicaties en markttrekking.

PDCO

Commissie voor geneesmiddelen voor kinderen. Toegevoegd door Verord (EG) nr. 1901/2006 (de Verordening voor geneesmiddelen voor kinderen). Beoordeelt plannen voor klinische onderzoeken bij kinderen (PIP), beoordeelt resultaten van PIP-compatibele onderzoeken, en beveelt aan of beloningen voor kinderen (PUMA + 6-maands SPC-verlengingextensie) gerechtvaardigd zijn.

CAT

Commissie voor geavanceerde therapieën. Toegevoegd door Verord (EG) nr. 1394/2007 (de GTGM-verordening). Beoordeelt kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van geavanceerde therapiegeneesmiddelen (genetherapieën, somatische-celtherapieën, weefselbiotech-producten) en bereidt ontwerpstandpunten voor CHMP voor.


Titel V: Algemene en slotbepalingen

Art 81 tot 90: gemotiveerde besluiten, compassionateverstrekking, boetes en intrekking

Gemotiveerde besluiten en een-per-aanvrager-regel (Art 81, 82)

Alle besluiten, adviezen en beoordelingen moeten vergezeld gaan van een wetenschappelijke uitleg voor het besluit (Art 81). Deze verplichting ondersteunt de transparantieverbintenissen van de gecentraliseerde procedure: de gronden voor het verlenen, weigeren of intrekken van een goedkeuring moeten schriftelijk worden uiteengezet, zijn openbaar beschikbaar via het EPAR, en kunnen voor de EU-rechtsbanken worden aangevochten. Art 82 bepaalt dat maar één goedkeuring aan dezelfde houder voor hetzelfde product kan worden verleend, preventie van dubbele aanvragen.

Compassionateverstrekking (Art 83)

Lidstaten kunnen een niet-goedgekeurd geneesmiddel beschikbaar stellen voor compassionateverstrekking aan patiënten met een chronische of ernstige invalideriserende aandoening of een levensbedreigende aandoening waar geen bevredigend goedgekeurd alternatief bestaat, en waar het product onderwerp van een gecentraliseerde aanvraag is of wordt onderzocht in klinische proeven. De CHMP kan adviezen geven over de voorwaarden van gebruik, distributie en beoogde patiënten. Deze CHMP-adviezen zijn niet bindend voor lidstaten, maar bieden een gemeenschappelijk kader.

Boetes en financiële Commissieboetes (Art 84)

De Commissie kan, op voorstel van de EMA, financiële boetes aan houders van goedkeuringen voor het in de handel brengen voor humane en diergeneesmiddelen verleend onder de gecentraliseerde procedure opleggen, als deze houders de aan hen gestelde verplichtingen niet naleven. Het stelsel dekt niet-nakoming van aan goedkeuringen verbonden voorwaarden, verplichtingen onder risicobeheersingsstelsels, niet-indiening van vereiste onderzoeken, en ander regelgevingsnakoming. De regels over de omvang en handhaving van deze boetes zijn vastgesteld in afzonderlijke door de Commissie onder comitologie vastgestelde verordeningen (Art 87).

Tienjarig Commissierapport en comitologie (Art 86, 87)

De Commissie moet elke 10 jaar een rapport aan het Europees Parlement en de Raad indienen over de werking van de gecentraliseerde procedure (Art 86). Dit rapport vormt de bewijsbasis voor wetgevingswijzigingen. De Commissie wordt geholpen door het Comité van permanente vertegenwoordigers voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en het Comité van permanente vertegenwoordigers voor veterinaire geneesmiddelen bij de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden (Art 87, comitologie). Verordening (EEG) nr. 2309/93 werd formeel ingetrokken door Art 88, met overgangsbepalingen.


Belangrijke definities

Titel I (Art 1-4): kernconcepten zoals gebruikt in de verordening

Definities per Richtlijnen 2001/83/EG en 2001/82/EG

Artikel 1 bepaalt dat de definities in Richtlijn 2001/83/EG (humane geneesmiddelen) en Richtlijn 2001/82/EG (diergeneesmiddelen) op de gehele verordening van toepassing zijn. De verordening herdefineert "geneesmiddel" of "goedkeuring voor het in de handel brengen" niet, maar incorporeert deze definities door verwijzing, zodat samenhang met de bredere EU-farmaceutische acquis ontstaat. Belangrijkste operatieve begrippen geïntroduceerd of toegepast door 726/2004 zijn:

  • Gecentraliseerde procedure: het ene-aanvraag-CHMP-advies-Commissiebesluit-pad gecreëerd door Titel II van 726/2004, hetgeen resulteert in een goedkeuring geldig in alle lidstaten.
  • Houder van de goedkeuring (MA houder): de rechtspersoon in de Gemeenschap gevestigd in wiens naam de Commissiegoedkeuring wordt verleend. De houder draagt na-goedkeuringverplichtingen waaronder farmacovigilantie, wijzigingen en verlenging (Art 2).
  • Referentiegeneesmiddel: voor het doel van Art 14(11), het innovatorproduct waarvan de generieke of biosimilaire aanvrager wil vertrouwen op de gegevens. De 8+2+1-klok begint met de eerste goedkeuring van dit referentieproduct.
  • Rapporteur / co-rapporteur: de CHMP-leden aangewezen om de wetenschappelijke beoordeling van een bepaalde aanvraag te leiden (Art 62). Zij stellen de beoordelingsrapporten op waarop het advies van het volledige comité berust.
  • Aanwijzing als weesgneesgeneesmiddel: aanwijzing verleend door de Commissie op advies van COMP onder Verord 141/2000 als voorwaarde voor economische stimuli voor weesgeneesmiddelen, inclusief het verplichte gecentraliseerde pad onder 726/2004.

In een oogopslag: belangrijke termijnen en parameters

Alle cijfers afgelezen van Art 6, 9, 10, 14, 24 en 83 van Verordening 726/2004

Parameter Waarde Juridische grondslag Opmerkingen
CHMP-advies (standaard) 210 dagen Art 6(3) Wetenschappelijke analyse minstens 80 dagen; klok stopt voor aanvragervragen
CHMP-advies (versneld) 150 dagen Art 14(9) Voor producten van groot volksgezondheidsbelang of therapeutische innovatie
Hernieuwde-beoordelings-aanvraag 15 dagen Art 9(2) Van ontvangst van negatief of voorwaardelijk advies
Gronden voor hernieuwde beoordeling 60 dagen Art 9(2) Van kennisgeving van voornemen hernieuwde beoordeling aan te vragen
CHMP-hernieuwde beoordeling 60 dagen Art 9(2) Van ontvangst gronden; kan deskundigenraadpleging omvatten
Commissiebesluit-ontwerp 15 dagen Art 10 Van ontvangst CHMP-advies
Lidstaat-opmerkingenvenster 22 dagen Art 10 Nadat Commissie ontwerp-besluit circuleert
MA-initële geldigheid 5 jaar Art 14(1) Verlengbaar; onbeperkt na eerste verlenging op risico-bate-herbeoordeling
Vervallingsclausule (niet-vermarkt) 3 jaar Art 14(4) Goedkeuring vervalt als product nooit op markt gebracht binnen 3 jaar
Vervallingsclausule (teruggetrokken) 3 jaar Art 14(5) Goedkeuring vervalt na 3 opeenvolgende jaren afwezig van alle EU-markten
Gegevensbescherming (8+2+1) Tot 11 jaar Art 14(11) 8 jr gegevensuitsluiting + 2 jr marktbescherming + 1 jr voor nieuwe indicatie
Voorwaardelijke MA-geldigheid 1 jaar (verlengbaar) Art 14(7) Jaarlijkse verlenging totdat na-goedkeuringvoorwaarden vervuld
Melding ernstige bijwerking 15 dagen Art 24 Dodelijke, levensbedreigde of ander ernstige onverwachte reacties
PSUR-frequentie (jaar 1-2) Elke 6 maanden Art 24(3) Dan jaarlijks gedurende 3 jaar, dan 3-jaarlijks daarna

Wetgevingstijdlijn

Sleutelmijlpalen voor Verordening 726/2004 en verwante regelgeving

1993
Verordening (EEG) nr. 2309/93 aanvaard, het EMEA (Europees Bureau voor de Evaluatie van Geneesmiddelen) en de eerste gecentraliseerde procedure opricht. De institutionele voorganger van 726/2004.
31 maart 2004
Verordening (EG) nr. 726/2004 aanvaard in Straatsburg. Gepubliceerd in PB L 136 op 30 april 2004. Hernoemd het EMEA als het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) en cre̊ert de nieuwe gecentraliseerde procedure met de CHMP, CVMP, COMP en HMPC.
20 november 2005
Titels I tot en met V van Verordening 726/2004 worden volledig van toepassing. De EMA neemt haar nieuwe naam, governance en regelgevend mandaat aan onder de verordening.
30 december 2006
Verordening (EG) nr. 1901/2006 (Verordening voor geneesmiddelen voor kinderen) treedt in werking. Voegt de PDCO toe aan de commissiestructuur van de EMA (Art 56 van 726/2004 gewijzigd), stelt plannen voor klinische onderzoeken bij kinderen en de marketing-autorisatie voor geneesmiddelen voor kinderen (PUMA) in.
13 december 2007
Verordening (EG) nr. 1394/2007 (GTGM-verordening) aanvaard. Voegt de CAT toe aan de EMA en brengt geavanceerde therapiegeneesmiddelen in de verplichte werkingssfeer van de gecentraliseerde procedure.
2 juli 2010
Verordening (EU) nr. 1235/2010 (farmacovigilantie-pakket) aanvaard, met Richtlijn 2010/84/EU. Voegt de PRAC toe aan de EMA, stelt de EudraVigilance-verplichtingen in, en voert vereisten voor risicobeheersingsstelsels in.
25 oktober 2012
Verordening (EU) nr. 1027/2012 wijzigt 726/2004 op farmacovigilantiebepalingen, lijnende procedurele regels tussen 726/2004 en amendementen op Richtlijn 2001/83/EG.
1 november 2014
De EMA kondigde haar voornemen aan zich van Londen te verhuizen nu Brexit-onderhandelingen beginnen. Het besluit over de nieuwe gaststad volgt later.
20 januari 2019
De EMA verhuist formeel haar hoofdkwartier naar Amsterdam, Nederland, ter voorbereiding op het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (29 maart 2019).
27 januari 2019
Verordening (EU) 2019/5 (omnibus-wijzigingsverordening) aanvaard, wijzigend 726/2004 samen met amendementen op verschillende andere farmaceutische richtlijnen en verordeningen ter verbetering van de werking van de interne markt voor geneesmiddelen.
28 januari 2022
Verordening (EU) 2019/6 over diergeneesmiddelen wordt van toepassing, vervangend effectief de meeste bepalingen van Titel III van 726/2004 voor diergeneesmiddelen.
23 februari 2022
Verordening (EU) 2022/123 aanvaard, versterkend het mandaat van de EMA op geneesmiddeltekorten en kritische medische hulpmiddelen. Cre̊ert de Stuurgroep Geneesmiddeltekorten (MSSG) en de Noodmaatregelen-Task Force (ETF) binnen de EMA.
6 maart 2024
Verordening (EU) 2024/568 aanvaard, stellend een nieuw EMA-tariefsysteem in en vervangend eerdere regelgeving over tariefbeheer.
26 april 2023
Commissie aanvaardt COM(2023)193, het voorstel voor een nieuwe farmaceutische verordening ter vervanging van 726/2004. Rapporteur: Tiemo Wolken (EP-lid). Onder andere stelt voor de 8+2+1 gegevensbeschermingbasislijn opnieuw in te stellen.
11 december 2025
Voorlopig akkoord bereikt tussen het Europees Parlement en de Raad over het voorstel voor een nieuwe farmaceutische verordening (COM(2023)193), die eenmaal formeel aanvaard en gepubliceerd, Verordening 726/2004 vervangt.

Verklarende woordenlijst

Belangrijke afkortingen en termen gebruikt op deze pagina

EMA
Europees Geneesmiddelenbureau. Gedecentraliseerd EU-bureau gevestigd in Amsterdam sinds 2019. Coördineert wetenschappelijke beoordeling van geneesmiddelen voor de EU-markt; de Commissie geeft het formele goedkeuringsbesluit af op basis van EMA's CHMP-advies.
CHMP
Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Voornaamste EMA-wetenschappelijk lichaam voor humane geneesmiddelen. Één lid per lidstaat plus maximaal 5 gecoöpteerde deskundigen. Geeft adviezen over gecentraliseerde goedkeuringaanvragen binnen de 210-dagenklok (of 150-dagenversnelde) klok.
Gecentraliseerde procedure
Enkele aanvraag aan EMA, enkel CHMP-advies, enkel Commissiebesluit geldig EER-breed. Verplicht voor biotechproducten, weesprodukten, GTGM's en nieuwe actieve stoffen in sleutelziektegebieden. Optioneel voor andere innovatieve producten.
EPAR
Europees openbaar beoordelingsrapport. Gepubliceerd door de EMA voor elk centraal goedgekeurd product, stellend de CHMP-wetenschappelijke beoordeling, de SmPC en grondslag voor het Commissiebesluit. Openbaar toegankelijk op de website van de EMA.
8+2+1
Regelgevingsgegevensbeschermingsformule in Art 14(11): 8 jaar gegevensuitsluiting + 10 jaar marktbescherming (2 aanvullende jaren over gegevensuitsluiting) + tot 1 verder jaar voor significante nieuwe indicatie. Maximum 11 jaar totaal. EFPIA's centrale commerciële prioriteit.
PRAC
Commissie voor beoordeling van farmacovigilantirisico's. Toegevoegd door Verord 1235/2010. Leidt veiligheidsevaluaties voor humane geneesmiddelen, beveelt maatregelen ter risicobeperking aan, en voert evaluaties van periodieke veiligheidsrapporten (PSUR) uit. Rapporteert aan de CHMP.
PDCO
Commissie voor geneesmiddelen voor kinderen. Toegevoegd door Verord 1901/2006. Beoordeelt plannen voor klinische onderzoeken bij kinderen (PIP) en beveelt aan of beloningen voor kinderen (6-maands SPC-extensie, PUMA) gerechtvaardigd zijn. Kruis-verbonden in de EMA-governance-structuur via Art 56 van 726/2004.
CAT
Commissie voor geavanceerde therapieën. Toegevoegd door Verord 1394/2007. Beoordeelt genetherapieën, somatische-celtherapieën en weefselbiotech-producten. Bereidt adviezen voor die de CHMP formeel aanneemt. GTGM's zijn verplicht binnen de gecentraliseerde procedure's werkingssfeer.
EudraVigilance
De EU-centraalbibliotheek voor bijwerkingsrapporten, beheerd door de EMA (Art 57 van 726/2004). Houders van goedkeuringen, nationale bevoegde autoriteiten en healthcare-professionals dienen vermoede bijwerkingen in. Toegankelijk voor regelgevers over de EER en, op geaggregeerd niveau, voor het publiek.
PSUR
Periodiek veiligheidsrapport. Ingediend door houders van goedkeuringen onder Art 24(3): elke 6 maanden in jaren 1-2, jaarlijks voor de volgende 3 jaren, dan elke 3 jaar. De PRAC leidt de evaluatie; de CHMP geeft alle resulterende label- of procedurele wijzigingen uit.
Vervallingsclausule
Art 14(4)-(5): een gecentraliseerde goedkeuring vervalt als het product niet op de markt gebracht binnen 3 jaar van het goedkeuringsbesluit, of afwezig van alle EU-markten gedurende 3 opeenvolgende jaren. Voorkomt ophoping van ongebruikte goedkeuringen in het Gemeenschapsregister.
Compassionateverstrekking
Art 83: pre-goedkeuringtoegang voor patiënten met chronische of ernstige invalideriserende of levensbedreigende aandoening wanneer geen bevredigend goedgekeurd alternatief bestaat. De CHMP kan niet-bindende adviezen geven over voorwaarden voor compassionateverstrekkingsprogramma's over lidstaten.

Officiële bronnen

Primaire documentatie voor Verordening (EG) nr. 726/2004



Verkennen van de EMA-verordening met Brubru

Zes hulpmiddelen voor analyse, tracking en werken met EU-farmaceutische wetgeving

Brubru Chat
Stel vragen over de gecentraliseerde procedure, de 8+2+1-gegevensbeschermingsformule, CHMP-schema's, farmacovigilance-verplichtingen, compassionateverstrekkingsprogramma's, commissiesamenstelling, of de 2023-farmareform. Antwoorden gegrond in de officiële EUR-Lex-tekst.
Chat openen
Amendator
Laad Verordening 726/2004 in Amendator en schrijf wijziggingstaal direct op de officiële EUR-Lex-tekst. Ideaal voor farmaceutische bedrijven, gezondheidsrechtadvocaten en patiëntenactivisten werkend aan de voorstelvervangende verordening.
Amendator openen
Mijn EU-Bubble
Track de wetgevingsprocedure voor COM(2023)193 (de voorstelvervangende 726/2004), monitor CHMP-advies-publicaties, EMA-persberichten, Europees Parlement ENVI/ITRE-debatten, en Raad werkgroepbouwkening realtime.
Mijn EU-Bubble openen
EU Law Comply
Voer compliance-kloof-analyse voor uw organisatie uit tegen EMA-regelgevingsverplichtingen: farmacovigilance-bevoegde-persoon-vereisten, bijwerkingen-rapporteringstermijnen, PSUR-indiening-planningen, risicobeheersingsstelselverplichting, en na-goedkeuringonderzoeks-verbintenissen.
EU Law Comply openen
Tenderator
Vind EU-aanbestedingskansen gerelateerd aan EudraVigilance-IT-services, EMA-wetenschappelijk raadpleging, farmacovigilance-database-ont wikkelingProgramma's, klinische-proeven-beheersystemen, en EMA-tarief-gerelateerd regelgevingsondersteuningsprojecten over de Unie.
Tenderator openen
Brubru API
Programmatische toegang tot EU-regelgeving-gegevens, procedure-tracking en institutionele-kalender-events. Bouw uw eigen gecentraliseerde-procedure-monitoring, CHMP-advies-tracking en farma-reform wetgeving-waarschuwingsworkflows bovenop Brubru's v1 REST API.
API-docs weergeven

Krijg het volledige Brubru-platform

Gratis proefperiode van 14 dagen. Geen kaart nodig.

Gratis proefperiode starten