Deze analyse is gebaseerd op de Engelse versie van COM(2026) 100. De officiële Nederlandse versie is nog niet gepubliceerd op EUR-Lex. Deze vertaling is opgesteld door Brubru en kan afwijken van de officiële versie zodra deze beschikbaar is.
Industriële versnellingsverordening: analyse
Reindustrialisering van de EU en hervorming van de vergunningsprocedures
Probeer Brubru gratis
COM(2026) 100 | 4 maart 2026

De Industriële versnellingsverordening

De EU-industrie versterken en banen veiligstellen voor de toekomst. Het voorstel van de Europese Commissie om vergunningsprocedures te versnellen, koolstofarme labels in te voeren voor basismateriaal, EU-oorsprongsvereisten vast te stellen in de overheidsaanbesteding en buitenlandse investeringen in strategische sectoren te screenen. Alles wat u moet weten.

4 maart 2026 Verordening (COD) DG GROW Séjourné
20%
Doelstelling voor het aandeel van de industrie in het bbp tegen 2035
148.352
Gecreëerde of behouden banen tegen 2030
30,58 Mt
Vermindering van CO2-equivalente emissies
EUR 240M
Besparingen op vergunningskosten

Hoofdstuk I: Algemene bepalingen

Artikelen 1-5: toepassingsgebied, definities, strategische sectoren en industrialisatiedoelstelling

Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Stelt een kader in voor het versnellen van vergunningsprocedures, het invoeren van koolstofarme labels voor materiaal, het vaststellen van EU-oorsprongsvereisten voor overheidsaanbesteding en het controleren van buitenlandse investeringen in strategische industriële sectoren.
Artikel 2
Definities
Kernbegrippen: strategische sectoren, koolstofarme materialen, oorsprong van de Unie, industriële versnellingszones, energie-intensieve industrieën (EII's), netto-nulemissietechnologie, koolstofintensiteitsklassen en bevoegde vergunningsinstantie.
Artikel 3
Strategische sectoren
Identificeert de gedekte sectoren: energie-intensieve industrieën (staal, cement, aluminium, chemische producten), automobielfabricage en productie van netto-nulemissietechnologie (zonne-energie, wind, batterijen, warmtepompen).
Artikel 4
Industrialisatiedoelstelling
Stelt de hoofddoelstelling vast: het aandeel van de industrie in het EU-bbp verhogen van 14,3 % naar 20 % tegen 2035. Lidstaten nemen nationale industriestrategieën aan die zijn afgestemd op deze Uniedoelstelling.
Artikel 5
Verhouding tot andere bepalingen van het Unierecht
Verduidelijkt de wisselwerking met bestaande wetgeving: de Verordening netto-nul-industrie, de Verordening kritieke grondstoffen, de Verordening screening buitenlandse directe investeringen en de EU-Richtlijnen overheidsopdrachten. De IVV vult aan zonder te vervangen.

Hoofdstuk II: Vergunningsversnelling

Artikelen 6-16: enkelvoudige vergunning, digitale verwerking, industriële versnellingszones en prioritaire projecten

Industriële versnellingszones

Aangewezen zones waar gebiedsdekkende milieubeoordelingen de projectspecifieke toetsingen vervangen. Projecten in deze zones profiteren van stilzwijgende goedkeuring als de bevoegde instantie haar deadline overschrijdt, van vereenvoudigde vergunningsprocedures via gebiedsdekkende vergunningen en van versnelde toegang tot EU-fondsen. De Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast met de aanwijzingscriteria voor deze zones.

Artikel 6
Enkelvoudige vergunning
Introduceert het beginsel "één project, één aanvraag". Alle voor een industrieel project vereiste vergunningen worden gebundeld in één aanvraag bij één instantie, waardoor de versnippering van procedures over meerdere organen wordt weggenomen.
Artikel 7
Contactpunten en bevoegde instanties
Lidstaten wijzen per regio één contactpunt aan om aanvragers te begeleiden en met alle relevante instanties te coördineren. Het contactpunt volgt de aanvraag en zorgt voor naleving van de termijnen.
Artikel 8
Digitale vergunningverlening via de Europese bedrijvenportemonnee
Alle vergunningsaanvragen, ingediende stukken en beslissingen worden digitaal verwerkt via de infrastructuur van de Europese bedrijvenportemonnee. Geen papieren indieningen. Machineleesbare formats voor interoperabiliteit.
Artikel 9
Termijnen voor vergunningverlening
Stelt bindende maximumtermijnen vast voor vergunningsbeslissingen. Bevoegde instanties moeten aanvragen binnen vastgestelde termijnen verwerken, met kortere termijnen voor projecten in industriële versnellingszones.
Artikel 10
Decarbonisatieprojecten voor energie-intensieve industrieën
Specifieke versnelde procedure voor EII-decarbonisatie-investeringen: koolstofafvang, brandstofomschakeling, elektrificatie en waterstofintegratie in staal-, cement-, aluminium- en chemische installaties.
Artikel 11
Netto-nul-industrie projecten
In lijn met de Verordening netto-nul-industrie (NZIA). Projecten voor de productie van zonnepanelen, windturbines, batterijen, warmtepompen en elektrolyseurs profiteren van versnelde vergunningverlening in dit hoofdstuk.
Artikel 12
Industriële versnellingszones
Aangewezen zones waar lidstaten vooraf gebiedsdekkende milieueffectbeoordelingen uitvoeren. Individuele projecten in deze zones hoeven geen milieubeoordeling op projectniveau te ondergaan, wat de doorlooptijden aanzienlijk verkort.
Artikel 13
Stilzwijgende goedkeuring
Als de bevoegde instantie de deadline voor de vergunningsbeslissing overschrijdt, wordt de vergunning geacht te zijn verleend (stilzwijgende goedkeuring). Vrijwaringsmechanisme: niet van toepassing wanneer milieu- of veiligheidsbezwaren formeel vóór de deadline worden ingediend.
Artikel 14
Gebiedsdekkende vergunningen
Binnen industriële versnellingszones dekt één gebiedsdekkende vergunning meerdere projecten. Vermindert de duplicatie van milieubeoordelingen en administratieve procedures bij vergelijkbare industriële installaties.
Artikel 15
Aanwijzingscriteria
De Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast die de aanwijzingscriteria voor industriële versnellingszones bepalen: industriële dichtheid, beschikbaarheid van infrastructuur, nabijheid van arbeidskrachten en milieubasisomstandigheden.
Artikel 16
Prioritaire projecten
Aangewezen prioritaire projecten krijgen preferentiële toegang tot EU-fondsen, versnelde vergunningverlening en specifieke ondersteuning van het enkelvoudige contactpunt. Criteria omvatten banengroei, decarbonisatie-impact en strategische autonomie.

Hoofdstuk III: Aanbesteding en staatssteun

Artikelen 17-29: koolstofarme labels, EU-oorsprongsvereisten, koolstofintensiteitsklassen en leidende markten

Artikel 17
Toepassingsgebied
Van toepassing op overheidsopdrachten boven de EU-aanbestedingsdrempelwaarden. Omvat bouw-, infrastructuur- en industriële leveringscontracten waarbij staal, beton, aluminium, voertuigen of chemische producten significante inputs zijn.
Artikel 18
Koolstofarm staal
Overheidsopdrachten moeten een minimum van 25 % koolstofarm staal vereisen (gemeten per koolstofintensiteitsklasse). Van toepassing op bouw-, infrastructuur- en fabricageaanbestedingen boven de drempelwaarden.
Artikel 19
Beton en mortel
Minimaal 5 % koolstofarm beton/mortel met EU-oorsprongsvereisten. Zorgt ervoor dat openbare infrastructuurprojecten de binnenlandse productie van laag-emissie bouwmateriaal ondersteunen.
Artikel 20
Aluminium
Minimaal 25 % koolstofarm aluminium met EU-oorsprongsvereisten in overheidsopdrachten. Richt zich op gedecarboniseerde smelt- en recyclingcapaciteit binnen de Unie.
Artikel 21
EU-oorsprong voor voertuigen
Overheidsopdrachten voor voertuigen (vlootaankopen, openbaar vervoer) moeten EU-oorsprongsvoorwaarden bevatten. Ondersteunt de Europese automobielindustrie en haar overgang naar elektrische voertuigen.
Artikel 22
Gedelegeerde handelingen voor de chemische sector
De Commissie kan gedelegeerde handelingen vaststellen die koolstofarme en EU-oorsprongsvereisten uitbreiden naar specifieke chemische producten die worden gebruikt bij overheidsopdrachten, op basis van beoordelingen van de sectorale gereedheid.
Artikel 23
Koolstofintensiteitslabeling klasse A/B/C
Introduceert een verplichte driedelige indeling: Klasse A (laagste koolstofintensiteit), Klasse B (gemiddeld), Klasse C (hoogste koolstofintensiteit). Toegepast op staal, cement, aluminium en andere basismaterialen. Labels zichtbaar op producten en in aanbestedingsdatabases.
Artikel 24
Methodologie voor koolstofintensiteit
De Commissie bepaalt de berekeningswijze van de koolstofintensiteit per productcategorie: scope 1- en 2-emissies, referentiedrempelwaarden per klasse, verificatie door derden en periodieke herziening.
Artikel 25
Bepalingen inzake leidende markten
Creëert leidende markten voor koolstofarme materialen via gegarandeerde publieke vraag. Aanbestedende diensten kunnen extra punten toekennen aan inschrijvingen die de minimale koolstofarme drempels overschrijden.
Artikel 26
Voorwaarden voor publieke steunregelingen
Staatssteun en overheidssubsidies voor industriële projecten kunnen voorwaarden bevatten inzake koolstofarme productiemethoden, EU-oorsprong van inputs en naleving van de koolstofintensiteitslabeling.
Artikel 27
WTO GPA-compatibiliteit
Garandeert dat EU-oorsprongs- en koolstofarme vereisten in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten. Uitzonderingen en ingroeperiodes zijn afgestemd op internationale handelsverplichtingen.
Artikel 28
Monitoring en rapportage
Lidstaten rapporteren jaarlijks over koolstofarme aanbestedingsvolumes, verdeling per koolstofintensiteitsklasse en naleving van EU-oorsprongsvereisten. De Commissie publiceert een geaggregeerd scorebord.
Artikel 29
Herzieningsclausule
De Commissie herziet dit hoofdstuk 3 jaar na inwerkingtreding. De herziening betreft de effectiviteit van koolstofarme drempels, oorsprongsvereisten, marktimpact en mogelijke uitbreiding naar aanvullende sectoren.

Hoofdstuk IV: Buitenlandse investeringen

Artikelen 30-35: sectorspecifieke investeringsvoorwaarden voor strategische industrieën

Screening van buitenlandse investeringen

Van toepassing op buitenlandse investeringen van meer dan EUR 100 miljoen in strategische sectoren: batterijen, elektrische voertuigen, zonnepanelenproductie en verwerking van kritieke grondstoffen. Investeerders moeten voldoen aan voorwaarden inzake werkgelegenheid (minimaal 50 % werknemers uit de Unie), lokale inhoud, transparantie van eigendom, kennisoverdracht en O&O-activiteiten binnen de EU. De Commissie beoordeelt transacties en kan bindende voorwaarden opleggen of transacties verbieden die de strategische belangen van de Unie ondermijnen.

Artikel 30
Toepassingsgebied
Van toepassing op investeringen van meer dan EUR 100 miljoen in batterijen, elektrische voertuigen, zonnepanelenproductie en verwerking van kritieke grondstoffen. Omvat greenfield-, brownfield- en overnametransacties door niet-EU-entiteiten.
Artikel 31
Werkgelegenheidsvoorwaarden
Investeerders moeten zorgen voor minimaal 50 % werknemers uit de Unie in de arbeidsplaats van de gesubsidieerde of vergunde faciliteit. Naleving wordt geverifieerd bij voltooiing van het project en daarna jaarlijks.
Artikel 32
Voorwaarden voor lokale inhoud
Een bepaald aandeel van inputs, componenten of halffabricaten moet binnen de Unie worden betrokken. Percentages worden per sector vastgesteld via uitvoeringshandelingen, met overgangsperioden voor aanpassing van de toeleveringsketen.
Artikel 33
Eigendom en kennisoverdracht
Investeerders moeten het uiteindelijke eigendom openbaar maken. Wanneer publieke middelen of strategische activa betrokken zijn, kunnen voorwaarden kennisoverdrachtovereenkomsten vereisen die EU-entiteiten toegang garanderen tot sleuteltechnologieën.
Artikel 34
Voorwaarden voor O&O-activiteiten
Buitenlandse investeerders in strategische sectoren moeten zich ertoe verbinden een minimaal aandeel van de projectgerelateerde O&O-uitgaven binnen de Unie te doen. Ondersteunt het behoud van innovatiecapaciteit en hoogwaardige banen in de EU.
Artikel 35
Kennisgevings- en beoordelingsprocedure
Verplichte kennisgeving aan de Commissie voor gedekte transacties. Beoordeling binnen 90 dagen. De Commissie kan onvoorwaardelijk goedkeuren, goedkeuren met voorwaarden of verbieden. Beroep bij het Hof van Justitie.

Hoofdstuk V: Slotbepalingen

Artikelen 36-42: gedelegeerde handelingen, comitéprocedure, rapportage, herziening en inwerkingtreding

Gedelegeerde handelingen (Art. 36): de Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast voor aanwijzingscriteria van industriële versnellingszones, berekeningswijzen van koolstofintensiteit, percentages lokale inhoud en sectorspecifieke drempelwaarden.

Comitéprocedure (Art. 37): onderzoeksprocedure voor uitvoeringshandelingen. Deskundigen van lidstaten geraadpleegd via comitologie.

Rapportage (Art. 38): lidstaten rapporteren tweejaarlijks over vergunningtermijnen, koolstofarme aanbestedingsvolumes, screeningsbeslissingen voor investeringen en voortgang richting de 20%-doelstelling voor het industrieel bbp-aandeel.

Herziening (Art. 39): de Commissie herziet de Verordening 5 jaar na inwerkingtreding, met een tussentijdse beoordeling na 3 jaar voor de aanbestedingsbepalingen.

Wijzigingen (Art. 40): gevolgswijzigingen in de Verordening netto-nul-industrie, de Verordening screening buitenlandse directe investeringen en de Richtlijnen overheidsopdrachten.

Inwerkingtreding (Art. 41-42): 20 dagen na bekendmaking in het Publicatieblad. Van toepassing 12 maanden later, met een overgangsperiode van 24 maanden voor aanbestedings- en labelingbepalingen.

Voor en na de IVV

Een zij-aan-zij vergelijking van de belangrijkste veranderingen

ElementVoor (huidige wetgeving)Na (IVV)
VergunningenMeerdere vergunningen, verspreid over instantiesÉén project, één aanvraag
Koolstofarme labelsGeen (alleen vrijwillig)Verplicht klasse A/B/C-systeem
StaalinkoopGeen koolstofvereistenMin. 25 % koolstofarm staal
Buitenlandse investeringenAlgemene screening (BDI-Verordening)Sectorspecifieke voorwaarden boven EUR 100 M
IndustriezonesGeen EU-kaderIndustriële versnellingszones met stilzwijgende goedkeuring

Effectbeoordeling

Kerncijfers uit de effectbeoordeling van de Commissie

EUR 10.387M
Toename van de bruto toegevoegde waarde (btw)
EUR 3.058M
Besparingen op broeikasgasemissies
EUR 240M
Besparingen op vergunningskosten
EUR 8,92M
Administratieve kosten per jaar

Wetgevingstijdlijn

Van het Competitiviteitskompas tot de eerste lezing

29 januari 2025
De Commissie publiceert het Competitiviteitskompas, waarin industriebeleid als prioriteit wordt aangemerkt
26 februari 2025
Mededeling over de Schone Industriedeal aangenomen, met aankondiging van wetgevingsvoorstellen voor reindustrialisering
19 juni 2025
Resolutie van het Europees Parlement over de Schone Industriedeal en industrieel concurrentievermogen
4 maart 2026
De Commissie neemt het voorstel voor de Industriële versnellingsverordening aan (COM(2026) 100)
Maart-april 2026
Actieve betrokkenheid van belanghebbenden: Europarlementariërs ontmoeten de auto-industrie (Nissan, Volkswagen, Piaggio), materialen (Umicore, Syensqo) en brancheverenigingen
29-30 april 2026
Verwijzing naar commissie aangekondigd in de plenaire vergadering (1e lezing) volgens de OEIL. Het dossier gaat naar een gezamenlijke commissie van INTA, ITRE en IMCO volgens de procedure voor gezamenlijke commissievergaderingen van het Parlement (artikel 58; dossier CJ80/10/05392), met drie corapporteurs benoemd op 29 april 2026: Anna Cavazzini (INTA, Groenen/EVA), Christophe Grudler (ITRE, Renew) en Pierre Jouvet (IMCO, S&D). Adviescommissie ENVI (rapporteur Mathilde Androuët, PfE, benoemd op 26 mei 2026); BUDG heeft besloten geen advies uit te brengen. Verantwoordelijke commissaris: Stéphane Séjourné (DG GROW).
2 juni 2026
Eerste gezamenlijke commissiebehandeling van het voorstel in de gezamenlijke commissie INTA-ITRE-IMCO (CJ80, artikel 59-procedure voor gezamenlijke commissies, 11:00-12:30), samen met de Eerste evaluatie van de EPRS van de impactbeoordeling van de Commissie (PE 788.126). Bijdragen van nationale parlementen op COM(2026) 100 zijn ingediend door de Nederlandse Senaat (26 mei), de Tsjechische Senaat (28 mei) en de Italiaanse Kamer (3 juni). De status blijft wachten op commissiebeslissing volgens OEIL; nog geen ontwerpverslag ingediend.
K1 2027 (verwacht)
Eerste lezing: standpunten van het Europees Parlement en de Raad

Debat in gezamenlijke commissie (2 juni 2026)

Eerste behandeling in de gezamenlijke commissie INTA-ITRE-IMCO, met commissaris Stéphane Séjourné

Op 2 juni 2026 hield de gezamenlijke commissie van INTA, ITRE en IMCO (CJ80) haar eerste behandeling van het voorstel. Commissaris Stéphane Séjourné (DG GROW) presenteerde de tekst en beantwoordde ongeveer een uur lang vragen; de commissies hadden ook de Eerste evaluatie van de EPRS van de impactbeoordeling van de Commissie (PE 788.126) voor zich. Diagnose van Séjourné: China produceert meer dan 50% van het wereldstaal en de wereldbatterijen en 90% van de zonnepanelen die in Europa worden gebruikt; het aandeel in de wereldwijde productie is gestegen van 6% (2000) naar ongeveer 30%, terwijl dat van Europa is gedaald van 21% naar 14%. Hij noemde ongeveer 20.000 verloren industriebanen in de EU per maand deze ambtstermijn, veroorzaakt door massale subsidies (ongeveer 4% van het Chinese bbp), onderwaardering van de munt en niet-wederkerige markttoegang.

De drie pijlers die Séjourné uiteenzette:

1. Europese voorkeur in openbare financiering. Waar openbare middelen worden gebruikt (aanbestedingen, subsidies), voorrang voor producten gemaakt in Europa in energie-intensieve industrieën (staal, aluminium, cement, chemicaliën), automobiel en schone technologie (batterijen, wind, zonne-energie, warmtepompen, elektrolyseurs) en kernenergie, met aandelen per sector van kritieke componenten van EU-oorsprong (bijvoorbeeld batterijcellen en zonne-inverters), voortbouwend op de Net-Zero Industry Act.

2. Voorwaarden voor buitenlandse directe investeringen. Europa blijft open, maar investeringen boven de 100 miljoen EUR van een land met meer dan 40% van de wereldcapaciteit worden aan voorwaarden onderworpen: echte technologieoverdracht, minimaal 50% van de banen in de EU, buitenlandse deelname beperkt tot 49%, verplichte O&O in Europa en levering van Europese componenten. "Europa kan niet alleen een assemblageplatform zijn."

3. Snelheid en vereenvoudiging. Eén digitaal loket en prioritaire industriezones om meerjarige vergunningverlening tot maanden in te korten, met een zelfverklaringsmodel en controle achteraf in plaats van rapportage vooraf. Hij stelde dat de nalevingskosten minimaal zijn vergeleken met de kosten van afhankelijkheid, en wees op Turkije en Canada die al wederkerigheid eisen.

De drie corapporteurs

CorapporteurOpeningspositie
Anna Cavazzini
INTA (Groenen/EVA)
Noemde de ingestorte zonne-industrie in Saksen en de fabriekssluiting van Volkswagen; "200.000 verloren EU-industriebanen sinds 2024" door oneerlijke Chinese concurrentie. Het probleem is structureel en geopolitiek, "niet bureaucratie of de Green Deal" (OESO: Chinese bedrijven krijgen 3 tot 8 keer meer overheidssteun; IMF: subsidies ongeveer 4,4% van het bbp, renminbi ondergewaardeerd ongeveer 16%). Prioriteiten voor het ontwerpverslag: bepalingen die de vraag stimuleren voor EU-industrie en de grootste vervuilers (staal, cement); houd de lijst van landen met gelijkwaardige EU-oorsprong eng en streng; effectieve, moeilijk te omzeilen investeringsvoorwaarden (lokale banen, supply-integratie, O&O, eigenaarschap, technologieoverdracht).
Christophe Grudler
ITRE (Renew)
Een industriële, economische en soevereiniteitscrisis (Chinese uitvoer naar Europa met 30% gestegen sinds het begin van het jaar). Verwelkomde dat openbare middelen EU-industriële activiteit zouden ondersteunen, maar signaleerde drie oplossingen: "Gemaakt in Europa moet zinvol zijn" omdat het toepassingsgebied van het voorstel ongeveer 80 landen naast de 27 dekt, wat "overal gemaakt, zonder Europa gemaakt" is; meer ambitie (drempels en componentenlijsten te beperkt, te veel uitzonderingen); en toepasbaarheid, zodat traceerbaarheid van oorsprong geen obstakel voor kmo's wordt.
Pierre Jouvet
IMCO (S&D)
Na bezoeken aan fabrieken en kmo's benadrukte hij grote verwachtingen en complexiteit. "Gemaakt in Europa" moet lokale productie betekenen: zoals geformuleerd, kan een product als EU-gemaakt worden geteld als de laatste grote transformatie in Europa plaatsvindt, zelfs als de meeste componenten van buiten komen, en meer dan 80 landen worden gedekt. Wil duidelijke oorsprongsregels, lagere drempels voor uitzonderingen (25 tot 30% zou criteria kunnen omzeilen; prijsverschillen lopen 35 tot 60% per sector), een werkelijk geïntegreerde waardeketen, en, als rode lijn voor S&D, sociale voorwaarden toegepast op de hele tekst, niet alleen openbare aanbestedingen.

Waar de fracties convergeerden en botsten. De overheersende kritiek, gedeeld door Renew, S&D, Groenen, ECR, PfE en Links, was dat het voorstel inhoud van ongeveer 80 landen met een EU-handelsakkoord als "EU-oorsprong" behandelt. Sara Matthieu (Groenen, ITRE) waarschuwde voor Chinese auto-onderdelenfabrikanten die in Marokko investeren en als Gemaakt in Europa worden geteld; David Cormand (Groenen) zei dat een "Buy European Act" met 80 tot 90 landen "de 27 moet zijn", met uitzonderingen opt-in in plaats van opt-out; Kathleen Van Brempt (S&D) eiste dat de Commissie de werkelijke lijst van handelsakkoordpartners zou produceren ("India is duidelijk uit, maar Canada?"); de voertuigregel (70% EU-oorsprong exclusief de batterij, met artikel 8 dat handelsakkoordinhoud als EU telt) werd betwist door Nicola Danti (Renew); Dan Nica (S&D) koppelde het dossier aan niet-afgedwongen CBAM en de CO2-prijskloof met invoer. De EVP drong aan op voorzichtigheid: Dirk Gotink waarschuwde tegen starre reïndustrialisatiedoelen ("precies wat Xi Jinping doet in zijn vijfjarenplan") en tegen "de deur dichtdoen voor onze vrienden"; Tomislav Sokol drong aan op het toepassingsgebied van de bijlage en afstemming met de herziening van de richtlijn inzake overheidsopdrachten. PfE en ECR waren scherper: Paolo Borchia (PfE) wees op het negatieve oordeel van de Raad voor regelgevingstoetsing en de niet in aanmerking genomen gevolgen voor kmo's; Klara Dostálová (PfE) bekritiseerde het brede toepassingsgebied van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen (belangrijke definities en productlijsten voor later achtergelaten) als ondermijnend voor de voorspelbaarheid voor investeerders. De Groenen en Links (Hanna Gedin, mede namens Marina Mesure) drongen aan op hogere ambitie en "groen protectionisme", terwijl EVP-stemmen waarschuwden dat Gemaakt in Europa niet gewoon duurder mag betekenen.

Antwoord van de commissaris. Séjourné groepeerde ongeveer 60 vragen: de tekst is één pijler van een bredere strategie (interne markt, diversificatie van handelspartners, energieprijzen), gericht op terugkeer naar de industrialisatieniveaus van de jaren 2000 terwijl er wordt gedecarboniseerd. Hij verdedigde het optreden tegen Chinese bedrijven die met verlies handelen als een "roofzuchtige strategie" om de Europese industrie te vernietigen en prijzen later op te drijven, en noemde Duitse machine-kmo's die door Chinese fondsen werden gekocht, gesloten en in China heropend. De lijst van handelsakkoordpartners, het toepassingsgebied van gedelegeerde handelingen, kmo-waarborgen en sectordefinities werden gelaten als de inhoud van het parlementaire werk dat nu begint.

Bron: vergadering van de gezamenlijke commissie INTA-ITRE-IMCO van 2 juni 2026 (11:00-12:30), agendapunt 3, dossier CJ80/10/05392. EP Multimedia-webstream (segment vanaf 11:00).

Officiële bronnen

Alle documenten die zijn gebruikt voor deze analyse